Door: Jade Kuit

Mijn grootste politieke fout was mijn associatie met Forum.” Dat zegt Kamerlid Wybren van Haga in een interview met Telegraaf afgelopen weekend. Op 7 augustus lanceerde hij zijn eigen partij, Belang van Nederland (BV NL), die hij zelf omschrijft als “een realistische, fatsoenlijke, economisch rechtse partij. Waarvoor je je niet hoeft te schamen om er lid van te zijn.”

Het is niet verbazend te noemen dat het interview met Van Haga tot kritische en zelfs boze reacties leidde. Het Kamerlid was afgelopen weekend, niet voor de eerste keer, langdurig trending op Twitter. “Ik wil mijn stem terug,” klinkt het veelvuldig uit de hoek van de mensen die bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen op Van Haga hebben gestemd. De consensus lijkt te zijn dat Van Haga met zijn uitspraken een mes in de rug van zijn kiezers steekt, evenals in die van zijn oud-partijgenoten bij Forum voor Democratie.

Persoonlijk heb ik niet op Van Haga gestemd, en ook niet op Forum voor Democratie. Ik stem namelijk nooit, om redenen die op deze website al eerder zijn besproken. Toch begrijp ik uitstekend waar de onvrede aan het adres van Van Haga vandaan komt.

De aanhang van Forum voor Democratie bestaat grotendeels uit mensen met kritiek op het coronabeleid van de regering. Vaak betreft het mensen die zogenoemde “complottheorieën” aanhangen; mensen die op zijn minst rekening houden met de mogelijkheid dat bepaalde zaken met opzet geheim worden gehouden voor de “gewone” burger, en dat de situatie omtrent het coronavirus meer is dan “een ongelooflijke blunder van dit kabinet”, zoals Van Haga suggereert. FVD-Kamerleden zoals Thierry Baudet en Gideon van Meijeren wijzen – mijns inziens terecht – op zaken zoals The Great Reset, een voorstel van het World Economic Forum (WEF) dat uitgebreid wordt beschreven op hun website en waarover WEF oprichter en directeur Klaus Schwab in 2020 een boek uitbracht. Ook stellen zij vragen over het feit dat meerdere Nederlandse politici, waaronder Mark Rutte, Sigrid Kaag, en Wobke Hoekstra, bij het WEF actief zijn.

De term “complottheorie” is er één waaraan negatieve connotaties verbonden zijn. Al decennia lang wordt de suggestie gewekt dat bereidheid tot geloven in het bestaan van complotten een symptoom is van geestesziekte. Er zijn zelfs talloze studies gedaan over de vraag waarom sommige mensen meer dan anderen geneigd zijn om in dergelijke theorieën te geloven. Hierbij wordt geloof in bepaalde theorieën vrijwel direct geassocieerd met psychische instabiliteit. Dit is problematisch gezien het feit dat (politieke) complotten aantoonbaar al zo oud zijn als de mensheid. Voorbeeld: het topgeheime CIA project MK Ultra, waarvan de details pas in 1975 openbaar werden, ondanks het feit dat het project had gelopen van 1953 tot 1973. Ook de onthullingen die de afgelopen jaren zijn gedaan door klokkenluiders zoals Julian Assange en Edward Snowden lijken op zijn minst de validiteit aan te tonen van de hypothese dat overheden niet altijd naar eer en geweten handelen en op zijn minst soms betrokken zijn bij onethische en illegale praktijken. Tevens wil ik de lezer wijzen op de ijzeren wet van de oligarchie, geformuleerd door de Duitse socioloog Robert Michels, die stelt dat alle bestuursvormen met het verstrijken van de tijd onvermijdelijk oligarchisch worden. Dit houdt in dat de macht in een bepaalde bestuursvorm, hoe democratisch of juist autocratisch die bestuursvorm in beginsel ook is, uiteindelijk in handen belandt van een kleine groep bevoorrechte mensen die steeds sterker geneigd zijn hun eigen belangen te behartigen.

Desondanks is de stigmatisering van zogenoemde “complotdenkers” de afgelopen jaren alleen maar toegenomen en heeft deze tijdens de coronacrisis een ongekend hoogtepunt bereikt. Kritische vragen worden standaard afgedaan als de hersenspinsels van uitkeringstrekkende “wappies” die er goed aan zouden doen zich even te laten nakijken, en worden als gevolg hiervan niet of onvoldoende beantwoord. Kritiek op de groeiende macht van grote (farmaceutische) bedrijven en supranationale organisaties wordt onmiddellijk geridiculiseerd. Eenieder die zelfs maar suggereert dat het mogelijk is dat de staat niet met zuivere intenties handelt, krijgt het label “complotdenker” opgeplakt en wordt zo volledig buiten het publieke debat geplaatst.

Wat je mening ook is over Forum voor Democratie of over Thierry Baudet; het is een feit dat de weinige politici die hun vingers durven branden aan coronakritiek en/of vragen over andere met het label “complottheorie” gestigmatiseerde onderwerpen veelal bij deze partij zitten. Van Haga moet zich hiervan bewust zijn geweest toen hij zich bij FvD aansloot. Sterker nog; het was waarschijnlijk een groot deel van de reden waarom hij zich aansloot. Het is dus vrij logisch dat veel van zijn kiezers teleurgesteld zijn nu hij, amper vijf maanden na de verkiezingen waarbij hij naast Baudet ruim 200.000 stemmen binnensleepte, deze eigenschap karakteriseert als iets waarvoor je je zou moeten schamen.

Ook opvallend is het feit dat Van Haga plotseling wel erg graag afstand lijkt te willen doen van het onderwerp corona. In het partijmanifest van BV NL is zelfs niets te vinden over het coronabeleid. “Misschien is het ook wel een afkeer,” zegt Van Haga. “Ik wil er gewoon vanaf.” De interviewer van de Telegraaf merkt – terecht – op dat die uitspraak ironisch is gezien het feit dat Van Haga zijn populariteit grotendeels te danken heeft aan zijn coronakritiek. Ook lijkt het mij meer dan duidelijk dat zijn kiezers ook graag van het coronabeleid af zouden willen. Dat was voor de meesten van hen namelijk de voornaamste reden om op hem te stemmen. Van Haga zelf lijkt echter vastbesloten om zijn ooit zo felle coronakritiek aanzienlijk af te zwakken. Er is wat hem betreft geen sprake van een complot, zo stelt hij. Ik vraag mij af waarop deze uitspraak gebaseerd is. Heeft Van Haga dit onomstotelijk vastgesteld? Zo ja, hoe dan? Ik zou het bewijs daarvan persoonlijk graag onder ogen krijgen. Zo nee, wil hij dit dan niet uitzoeken, al was het alleen maar omwille van zijn kiezers, die veelal wél rekening houden met de mogelijkheid dat er op zijn minst een zekere mate van opzet in het spel is? Neemt hij zijn kiezers serieus?

Ook over de veelbesproken PCR-test is Van Haga ineens een stuk milder dan voorheen. Plotseling zouden mensen die last hebben van een snottebel zich wél moeten laten testen. Dit terwijl hij afgelopen april nog een link tweette naar een artikel waarin gesteld werd dat de PCR-test geen besmetting kan vaststellen.

In maart van dit jaar heb ik Van Haga de hand geschud toen hij het eerste tussenrapport van de Buitenparlementaire Onderzoekscommissie in ontvangst nam. Echter betwijfel ik nu sterk of hij het wel gelezen heeft. Dan zou hij immers weten dat de PCR-test ook bij “symptomatische” mensen geen betrouwbare resultaten oplevert.

Het is absoluut niet mijn bedoeling om “met modder te gooien”, zoals dat genoemd wordt, en zo verdeeldheid te veroorzaken onder de groep mensen die wél kritisch durft te zijn op het coronabeleid. De recente ontwikkelingen rondom Van Haga en zijn opvallend veranderde houding doen mij echter twijfelen aan zijn intenties. Naar mijn mening is het binnenslepen van duizenden stemmen op basis van een standpunt dat je daarna achteloos overboord gooit op zijn minst niet netjes te noemen.

In het beste geval is Van Haga naïef en gelooft hij oprecht dat de stapsgewijze sloop van onze maatschappij zoals die de afgelopen anderhalf jaar heeft plaatsgevonden een ongelukje was. In het ergste geval heeft hij FvD gebruikt om stemmen te winnen, om zich vervolgens weer braaf te voegen bij de gevestigde orde. In beide gevallen is hij een uitstekend voorbeeld van de reden waarom ik nooit stem: in het huidige politieke systeem is vrijwel niemand echt te vertrouwen.