Door: Jade Kuit

Over deze vraag ging de laatste column van schrijfster Lale Gül voor Het Parool, gedateerd 25 juni jl. De aanleiding voor de column was een documentaire van de conservatief Amerikaanse politiek commentator Matt Walsh, getiteld What Is A Woman. Volgens Gül is dit een volslagen belachelijke vraag die alleen bedoeld is om “het bestaan van non-binaire en transgender mensen te bediscussiëren (lees: afwijzen, veroordelen en van bestaansrecht en acceptatie ontzien).” Het feit dat de mensen die door Walsh worden geïnterviewd veelal geen eenduidig antwoord konden geven, zegt volgens haar ook niets over de status van ons gezond verstand en onze realiteitszin. Immers, er is geen gemeenschappelijk kenmerk waaraan je alle vrouwen kunt herkennen, want die bewering zou suggereren dat een vrouw met een “onafgemaakte vagina” geen vrouw is. Op de vraag “wat is een stoel” valt volgens Gül ook geen zinnig antwoord te formuleren, want wat als de stoel drie poten heeft, of als je een emmer omdraait? Bovendien, zo gaat ze verder, gelooft iedereen haar gewoon wanneer ze zich voorstelt als vrouw, zonder dat ze eerst in haar broek hebben gekeken, en je kunt niet weten wat iemands biologische geslacht is zonder eerst in zijn of haar (of xir, fae, vergeet ik er nog één?) broek te kijken. Iedereen die zich naar buiten toe voorstelt als vrouw, is een vrouw, besluit Gül haar betoog. Klaar. Punt uit.

Ik ben als onderdeel van de eerste “internetgeneratie” bekender met het fenomeen transgenderisme dan ik misschien zou willen. Gedurende lange tijd voelde ik een bepaalde weerstand om me er publiekelijk over uit te laten, omdat er tot corona nooit een onderwerp is geweest waarbij je zo’n groot risico loopt om met de dood te worden bedreigd of je baan en reputatie te verliezen. Ik ben echter al ruim tien jaar actief op het bekende sociale medium Tumblr, waardoor het slechts een kwestie van tijd was voordat ik aan de discussie werd blootgesteld, en ik ben daarnaast beter ingelezen over onderwerpen als feminisme, vrouwenrechten en “gender” (waarom ik dit tussen aanhalingstekens plaats, zal later duidelijk worden) dan de gemiddelde persoon.

Ik ben geen persoon die van nature geneigd is andere mensen “af te wijzen, te veroordelen of van bestaansrecht en acceptatie te ontzien.” Ik ben zo iemand die al sinds zeer jonge leeftijd ruime ervaring heeft met de wreedheid van andere mensen wanneer je niet aan hun definitie voldoet van wat normaal en acceptabel is, en juist daarom was mijn jongere zelf ontzettend gemotiveerd om transgender personen op hun woord te geloven en zich uit te spreken tegen uitsluiting van deze mensen. Tijdens mijn eerste jaren op Tumblr deelde ik met grote regelmaat plaatjes met teksten als “TRANS WOMEN ARE WOMEN”, “TRANS RIGHTS ARE HUMAN RIGHTS” en dergelijke. Ik geloofde het wanneer mij verteld werd dat synthetische hormonen en operaties de enige manier waren om te voorkomen dat iemand die meent in het verkeerde lichaam te zijn geboren zichzelf iets aandoet. Ik geloofde dat ik “bloed aan mijn handen” zou hebben als ik niet zou zeggen dat er geen verschil bestaat tussen iemand die als vrouw geboren wordt en iemand die op latere leeftijd zijn geslachtsorganen operatief laat veranderen. Ik vond “iedereen die zich als vrouw identificeert” een prima definitie voor het woord vrouw. In tegenstelling tot wat een deel van Nederland van mij lijkt te denken, ben ik over het algemeen een vriendelijk en goedbedoelend persoon, en heb ik altijd moeite gehad met het idee dat iets wat ik zou kunnen doen of zeggen anderen zou schaden. Ik zou nooit iemand afwijzen alleen omdat hij of zij niet op een conventionele manier wenst te leven. Maar mijn voornaamste eigenschap blijft nieuwsgierigheid, en naarmate ik mij serieuzer in de materie verdiepte, werd mijn positie over het onderwerp langzamerhand onhoudbaar. Ik zal proberen onderbouwd uit te leggen waarom.

Dit stuk is bedoeld om te informeren en niet als column. Echter, omdat het onderwerp van mij vraagt dat ik dingen bespreek waarbij een emotionele reactie onvermijdelijk is en omdat mijn eigen ervaringen als vrouw (sorry, de lezer is niet uitgenodigd om in mijn broek te kijken) hier relevant zijn, leek het onnatuurlijk om niet in de ik-vorm te schrijven. Hoe men dit stuk wenst te classificeren is daarom aan de lezer zelf.

Wat is een vrouw? – belachelijke vraag of essentiële definitie?
De vraag “wat is een vrouw” is in tegenstelling tot wat Gül in haar column stelt mijns inziens verre van belachelijk. Ik ben, zoals bekend bij de meeste lezers van deze website, een talig persoon, en dat was dan ook de aanleiding voor de zweem van twijfel die zich rond het jaar 2015 van mij meester begon te maken met betrekking tot de sfeer die online omtrent dit onderwerp was ontstaan. Ik was in die tijd – en vandaag de dag nog steeds – actiever op Tumblr dan op welk ander sociaal medium dan ook, en het begon mij op te vallen dat het in toenemende mate verboden leek te zijn om te definiëren wat een vrouw precies is. Eenieder die dat probeerde werd verbaal aangevallen door hele hordes accounts die de betreffende persoon ervan beschuldigden een “TERF” te zijn. Er waren – en zijn – omvangrijke “blocklists” in omloop met accounts die toebehoorden aan “TERFs” en die men dus zo snel mogelijk diende te blokkeren. Sterker nog, je werd niet geacht ook maar iets te delen wat van een dergelijk account afkomstig was, ook niet wanneer de betreffende post niets te maken had met de transgender discussie. Wie die regel overtrad werd onmiddellijk zelf tot “TERF” verklaard en aan de lijsten toegevoegd. Guilty by association.

Destijds was de term buiten Tumblr nog niet zo bekend, en ik had hem dan ook nog nooit eerder gehoord. TERF? Wat is in godsnaam een TERF? Het antwoord bleek te zijn dat “TERF” een afkorting is voor de term “Trans Exclusionary Radical Feminist”, wat zoveel betekent als “iemand die de ideeën aanhangt uit de tweede feministische golf en dus van mening is dat biologisch geslacht relevant is.” Juist door de agressie die online tentoongespreid werd jegens deze mensen, was ik geneigd mijzelf ook eens te vragen wat ik nu eigenlijk onder het woord “vrouw” versta. Tot mijn ontzetting kwam ik tot de conclusie dat het antwoord onvermijdelijk verbonden was met de materiële realiteit. Dat is namelijk hoe taal werkt – we classificeren de materiële wereld op basis van gemeenschappelijke kenmerken en geven uiting aan die classificaties door middel van woorden. Als er geen consensus bestaat over de kenmerken die een mens, dier of voorwerp dient te hebben om aan een bepaalde definitie te voldoen, verliest dat woord iedere betekenis. “Een vrouw is iemand die zich als vrouw identificeert” is een circulaire definitie – een definitie die de gedefinieerde term gebruikt als onderdeel van de definitie, en daardoor volslagen nutteloos is.

Ik ben het over veel dingen niet eens met tweede-golf-feministen (of radicaal feministen, zoals ze vandaag de dag bekendstaan), maar ze hebben gelijk wanneer ze zeggen dat “man” en “vrouw” duidelijke classificaties zijn en dat er tussen de geslachten onontkoombare en duidelijk waarneembare verschillen bestaan. Het verschil tussen man en vrouw is extreem relevant voor de manier waarop de mens zich voortplant – één van de belangrijkste en meest basale concepten die wij kennen. De definitie van het woord “vrouw” is volgens het Van Dale woordenboek “een mens van het vrouwelijk geslacht.” Het vrouwelijk geslacht omvat de helft van de mensheid die in de overweldigende meerderheid van de gevallen XX-chromosomen en een vagina heeft, en wier geslachtsorganen zogenoemde ova (eicellen) produceren. Een man is dan logischerwijs “een mens van het mannelijk geslacht”, waarbij het mannelijk geslacht die helft van de mensheid omvat die in de overweldigende meerderheid van de gevallen XY-chromosomen en een penis heeft en wiens geslachtsorganen zogenoemde spermatozoïden (zaadcellen) produceren. Tussen de biologische geslachten bestaan duidelijk waarneembare en maatschappelijk relevante fysieke verschillen. Zo zijn mannen doorgaans groter en beschikken ze over een grotere spiermassa dan vrouwen. Ook bestaan er verschillen in zaken zoals de opslag van vet en de vatbaarheid voor bepaalde ziekten. Vrouwen ontwikkelen borsten, mannen niet. Mannen ontwikkelen een adamsappel, vrouwen niet. Sterker nog: als archeologen over een aantal eeuwen mijn skelet zouden opgraven, zouden ze daaraan nog steeds kunnen zien dat ik een vrouw was.

Nog nooit eerder heeft – naar mijn weten in ieder geval – het bestaan van uitzonderingen ertoe geleid dat een woord geheel van haar definitie werd ontdaan. We zeggen ook dat mensen een tweebenige soort zijn, en we begrijpen allemaal dat dit niet betekent dat mensen met één of geen benen geen mensen zijn. Toch wordt dit met regelmaat als argument aangevoerd tegen de traditionele definitie van het woord vrouw. Ook Gül voert dit in haar column aan: vrouwen met een “onafgemaakte” vagina of onvruchtbare vrouwen zouden volgens die definitie geen vrouwen zijn. Ook intersekse personen worden vaak gebruikt om te beargumenteren dat biologisch geslacht een “spectrum” zou zijn; er bestaan mensen met XXY-chromosomen, en daarom zou de traditionele verdeling tussen XX en XY-chromosomen achterhaald zijn.
Uitzonderingen elimineren echter niet de regel. Een mens met één been is nog steeds een mens, maar mensen zijn nog steeds een tweebenige soort. Een onvruchtbare vrouw is nog steeds een vrouw, maar vrouwen kunnen over het algemeen nog steeds kinderen baren. Een stoel met drie poten is nog steeds een stoel, maar een stoel heeft over het algemeen nog steeds vier poten. En een omgekeerde emmer is natuurlijk nog steeds gewoon een emmer en geen stoel, zelfs wanneer je erop gaat zitten. Dat is zulke basale logica dat het niet eens echt te beargumenteren valt.

Tweede-golf-feministen stellen, mijns inziens terecht, dat de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen de reden zijn waarom vrouwen door de geschiedenis heen andere rollen hebben vervuld dan mannen, en waarom vrouwen over het algemeen minder rechten en vrijheden genoten. Zonder aan dit feit op dit moment een waardeoordeel te willen verbinden, kan ik wel stellen dat het logisch te verklaren valt dat mannen moeite deden om de controle te behouden over hun nageslacht. Immers, macht en bezit werden (en worden) van man tot man doorgegeven, terwijl mannen niet degenen zijn die het nageslacht baren en verzorgen (hoewel de zorg voor kinderen, in ieder geval in de westerse wereld, als gevolg van het feminisme tegenwoordig wel anders verdeeld is). Daarnaast kan ik, ondanks het feit dat ik altijd een fervent voorstander ben geweest van gelijke rechten en vrijheden voor vrouwen, niet ontkennen dat ik liever met mijn vriend door een donker steegje loop dan alleen. En het feit dat hij mijn ruim zeventig kilo over zijn schouder kan gooien is absoluut direct gerelateerd aan het feit dat hij een man is. Hoewel ik, heel geëmancipeerd, aan krachttraining doe, is de kans dat ik het ooit fysiek van hem zal winnen niet groot. Omdat ik een vrouw ben, inderdaad. Dit is ook de aanleiding voor de discussie die dit jaar oplaaide over zogenoemde transvrouwen in de professionele vrouwensport. Deze transvrouwen hebben een vrij grote fysieke voorsprong op biologische vrouwen omdat ze, puur biologisch gezien, mannen zijn. Dat is geen schande, maar wel de realiteit. Het fenomeen “gender”, dat verwijst naar de culturele invulling van de verschillen tussen de biologische geslachten, heeft in de materiële realiteit geen betekenis en is dus irrelevant.

Om überhaupt gesprekken te kunnen voeren over hoe de geslachten zich tot elkaar verhouden, zijn duidelijke definities van de geslachten essentieel. Bovendien is biologisch geslacht meer dan relevant wanneer iemand een medische behandeling moet ondergaan. Doen alsof deze basale verschillen niet bestaan lijkt mij uiterst gevaarlijk. Bovendien verbaast het mij nogal dat Gül, die zelf haar hele jeugd heeft geleden onder de bekrompenheid van haar streng islamitische familie, blijkbaar niet inziet waarom zij daar zoveel meer nadeel van ondervond dan haar mannelijke familieleden. Met haar biologische geslacht heeft het blijkbaar niets te maken. Misschien had ze moeten zeggen dat ze zich niet als vrouw identificeerde.

Medische transitie – levensreddend en essentieel of problematisch?
Eerder deze week schreef ik al kort over het onderwerp medische transitie naar aanleiding van een artikel van de NOS van afgelopen donderdag. Daarin werd gesteld dat de lange wachtlijsten voor puberteitsblokkers, een onderdeel van zogenoemde genderaffirmatieve zorg, zo lang zijn dat transgender jongeren “overgeleverd” zijn aan zelfmedicatie. Dit zou leiden tot ernstige psychische problemen die zelfdodingen tot gevolg kunnen hebben. Waarop deze bewering gebaseerd is, wordt in het artikel niet verder toegelicht, maar persoonlijk heb ik mijn twijfels. Onderzoek heeft aangetoond dat jongeren met genderproblematiek in veel gevallen ook een autismespectrumstoornis of ADHD hebben en vaker lijden aan depressies en angststoornissen. Bovendien zijn jongeren die zich identificeren als transgender vaak homoseksueel, en draagt homofobie in de familie of omgeving vaak bij aan het idee dat een jongere “het verkeerde geslacht” heeft. Hierdoor ontstaat er een klassiek geval van de “kip of ei” vraag: hebben deze jongeren genderproblematiek vanwege hun andere (psychische) problemen, of hebben ze psychische problemen vanwege hun genderproblematiek?

Genderaffirmatieve zorg bij minderjarigen omvat over het algemeen het toedienen van puberteitsblokkers die de natuurlijke ontwikkeling van de jongere tijdens de puberteit remmen, waardoor de geslachtskenmerken onderontwikkeld blijven. Hierna volgt behandeling met hormonen van het gewenste geslacht en in veel gevallen een geslachtsveranderingsoperatie. Deze behandeling wordt in de maatschappij en door veel medische instanties in toenemende mate gezien als de enige optie voor de behandeling van genderdysforie – een psychiatrisch fenomeen waarbij iemand het gevoel heeft dat hij of zij het “verkeerde” biologische geslacht heeft. Gül schrijft in haar column – overigens zonder bron – dat minder dan één procent van transgender personen spijt krijgt van zijn of haar medische transitie. Er rust echter een stigma op het idee dat er überhaupt mensen bestaan die hun transitie later – voor zover mogelijk – ongedaan maken, evenals op de suggestie dat deze medische behandeling lichamelijke en psychische schade kan veroorzaken. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen die hun transitie later ongedaan maken in de meeste gevallen beseften dat er een andere oorzaak was voor hun genderdysforie, waaronder homofobie. Een artikel van WebMD over de ervaringen van zogenoemde “detransitioners” stelt dat mensen die hun transitie ongedaan willen maken vaak nergens terecht kunnen – artsen en psychiaters zijn duidelijk niet ongevoelig voor het eerder genoemde stigma. Stella O’Malley, een adviseur van Genspect, een organisatie die pleit voor een beter zorgmodel voor transgender personen, zegt hierover het volgende: “Het is het afgelopen jaar overduidelijk geworden dat “detrans” een zeer groot onderdeel is van het transfenomeen.” Ze voegde eraan toe dat “detransitioners” vaak ondermijnd en afgescheept worden. Laura Edwards – Leeper, een gendertherapeut, twitterde: “Je kunt jezelf simpelweg geen legitieme genderzorgverlener noemen als je niet gelooft dat detransitie bestaat. Als onderdeel van het geïnformeerd consent – proces voor transitie is het onethisch om deze mogelijkheid niet met jonge mensen te bespreken.” Volgens de in het artikel geciteerde ervaringsdeskundige Sinead Watson, die in 2019 besloot om te detransitioneren, was het ontzettend moeilijk om aan zichzelf toe te geven dat haar transitie een fout was geweest. “Het is gênant en je voelt je beschaamd en schuldig. Het kan betekenen dat je vrienden kwijtraakt die je nu een slecht persoon vinden, terwijl je ook transitiespijt te verwerken hebt.”

Deze transitiespijt is niet voor iedereen even heftig, maar is vaak extra moeilijk te verkroppen voor hen die getroffen werden door ernstige complicaties. Ondanks het feit dat transgenderactivisten veelvuldig beweren dat transitiespijt niet bestaat, zijn deze verhalen onder andere op Twitter veelvuldig te vinden. Ene Soren, die een behandeling van vrouw naar man onderging, beschrijft haar transitie en de complicaties die daarop volgden in een zogenoemd draadje (waarschuwing: grafische foto’s). Ze vertelt hoe ze na de amputatie van haar gezonde borsten langdurig niet serieus werd genomen ondanks verergerende klachten. Uiteindelijk kreeg ze de diagnose bilateraal hematoom – een potentieel fatale inwendige bloeduitstorting. Een andere Twittergebruiker die de naam TullipR gebruikt transitioneerde van man naar vrouw en liet onder andere zijn penis operatief ombouwen tot een zogenoemde neovagina. De gevolgen daarvan beschrijft hij eveneens in een draadje, maar de lezer zij gewaarschuwd: ondanks de afwezigheid van foto’s kan de inhoud als schokkend worden ervaren.

Ondanks de risico’s die verbonden zijn aan zogenoemde genderaffirmatieve zorg – puberteitsblokkers zijn bijvoorbeeld ook niet omkeerbaar en behandeling met hormonen van het andere geslacht gaat gepaard met serieuze risico’s – wordt de suggestie dat het wellicht in sommige gevallen beter is om genderdysforie met psychologische hulp te behandelen over het algemeen gezien als heiligschennis en een uiting van onvergeeflijke transfobie. Persoonlijk vraag ik mij af wie hier beter van wordt. In veel gevallen in ieder geval niet de patiënten.

Mijn twijfels over het transgenderfenomeen zijn geenszins gemotiveerd door haat jegens transgender personen. Ook wil ik niet suggereren dat deze mensen geen toereikende medische zorg verdienen. Ik vraag mij echter wel af of het momenteel dominante zorgmodel voor transgender personen wel ethisch te verantwoorden valt. Bovendien is het idee dat iedereen is wat hij of zij zegt te zijn wel degelijk een glijdende schaal, ook al vindt Gül dit dan een drogreden. Het loskoppelen van woorden van hun betekenis in de materiële realiteit ontdoet menig discussie van haar inhoud. Het feit dat een man nooit een vrouw zal worden (en vice versa) is voor een persoon met genderdysforie ongetwijfeld moeilijk te verkroppen, maar dat mag geen reden zijn om de materiële werkelijkheid te ontkennen. Het ontkennen van de realiteit van biologisch geslacht leidt tot schrijnende verhalen zoals gelinkt in dit stuk, en mijns inziens is het een perfecte manier om mensen die al kampen met psychische problemen te bevestigen in een wereldbeeld dat simpelweg niet strookt met de werkelijkheid.

Delen op sociale media