Ik heb onlangs iets opzienbarends gedaan.

Ik had er al langere tijd uitgebreid over nagedacht. Kon ik het wel maken? Was het de beste optie? Zou ik er mijn eigen glazen niet mee ingooien? Verschillende mensen in mijn directe omgeving spoorden me al geruime tijd aan om het wel te doen. Het zou beter zijn voor mijn mentale gesteldheid. Maar koppigheid zit bij mij ingebakken, en dus gooide ik vrij lang mijn kop in de wind. Ik wilde er niet aan.

Zo’n twee weken geleden ging echter dus toch de knop om. Ik heb het echt gedaan. Ik ben gestopt met Twitter.

De directe aanleiding was het leger aan ware amateurdetectives dat ik over me heen kreeg nadat ik, enigszins naïef wellicht, een tweet had geplaatst over mijn vreugde dat ik bij een bepaalde horecazaak gewoon naar binnen mocht. Zonder QR code dus. Alles werd onmiddellijk uit de kast getrokken om op een vrij ziekelijke manier te achterhalen waar ik geweest was. De zaak die ervan werd verdacht zomaar toegang te verlenen aan staatsgevaarlijk gespuis zoals ik werd getagd, net als de politie en de gemeente van mijn woonplaats. Alles om iedereen die de laars van de staat niet wil likken erbij te lappen.
Ondanks mijn inmiddels vrij uitgebreide ervaring met internettrollen en online heksenjachten, was dit voorval toch de laatste druppel. Het maakte dat ik me iets beangstigends realiseerde. Alles wat ik doe is nu omstreden, gewoon omdat ik het doe. Mijn aanwezigheid in een horecazaak kan ervoor zorgen dat de betreffende ondernemer bij instanties verklikt wordt door anonieme accounts gerund door mensen die de dingen die ze online typen in het echte leven niet uit hun strot zouden krijgen. Ik word in de gaten gehouden. Mijn gezicht is omstreden. Ik ben omstreden. Mijn leven is niet langer van mij. Het klinkt misschien lichtelijk dramatisch, maar ik ontkom niet aan die conclusie.

Mijn account op Twitter bestaat nog wel, voornamelijk omdat een vriend me erop attendeerde dat de kans erin zat dat iemand anders met mijn gebruikersnaam aan de haal zou gaan. Ik verwijderde alle tweets en maakte het zo dat het voor iedereen duidelijk zou zijn dat ik niet langer actief was. Daarna logde ik uit. Maar nieuwsgierigheid definieert de mens, en gezien onze vele contacten ontkwam ik er niet aan om de reacties te zien.
Ik zou graag willen zeggen dat ik positief verrast was door de creativiteit en originaliteit van de verklaringen die mensen verzonnen voor mijn abrupte en onaangekondigde vertrek van het Dichtstbevolkte Riool van het Internet™. Helaas heeft mijn moeder me geleerd dat ik niet mag liegen, en is de meest voorkomende verklaring (uiteraard) dat we oplichters zijn en het me te heet onder de voeten werd. Feit is dat ik mensen die dat werkelijk geloven nooit zou kunnen overtuigen van het tegendeel. Feit is ook dat ik die behoefte niet voel.

De werkelijke reden waarom ik gestopt ben met Twitter is deze: mijn leven is, ondanks wat ik hierboven schreef, wel degelijk van mij. Gedurende wat tot nu toe het vreemdste jaar van mijn leven was, maakte zich ongemerkt het idee van mij meester dat ik verplicht was mijzelf te verantwoorden en te verdedigen. Twitter werd een plek waar ik bijna wel moest blijven, omdat weggaan zou betekenen dat de trollen zouden winnen, en omdat de mensen die ons wel gunstig gezind zijn me zouden missen. Ik heb me echter gerealiseerd dat ik op die manier mijn leven, mijn tijd, mijn stemming, uit handen gaf aan mensen die ik helemaal niet ken.

Ik ben een coronascepticus. Ik ben de medeoprichter en medebestuurder van een omstreden stichting. Mijn ideeën over corona en de maatschappij in het algemeen komen niet overeen met die van de meerderheid, en sinds een jaar ben ik het soort persoon dat zich daar publiekelijk over uitspreekt. Enige ophef viel te verwachten.
Maar ik ben ook gewoon een vrouw van negenentwintig jaar. Ik lees boeken in mijn vrije tijd. Ik houd van horrorfilms en heavy metal. Ik ging ooit graag naar muziekfestivals. Ik ga nog steeds om met mijn vrienden van de middelbare school. Ik heb een relatie met een man die zware boodschappen voor me draagt. Ik deel met mijn ouders een hond die we schattige sjaaltjes omdoen. Ik koop mijn shampoo in de aanbieding bij de Kruidvat. Ik heb een hekel aan afwassen.
Ik zou nog wel even door kunnen gaan, maar de strekking is hopelijk duidelijk. Ik ben een persoon, een mens met een leven dat in vele opzichten doodgewoon is. En nu ik er wat langer over heb nagedacht, kom ik tot de conclusie dat ik geenszins verplicht ben om dat leven te delen met het internet. Ook niet in de vorm van tijd gespendeerd aan het weerleggen van uit de lucht gegrepen beschuldigingen. Ook niet in de vorm van een Twitteraccount dat men gebruikt als voer voor meer bagger waar de honden geen brood van lusten.

Sommige mensen lijken nogal geïrriteerd te zijn door het feit dat er over mijn leven voor corona weinig tot niets te vinden is. Dat is met opzet zo; dat stuk van mijn leven is privé. Het is van mij. Mijn interesses zijn van mij, mijn vrienden zijn van mij, mijn relatie is van mij. Mijn leven is van mij, en het feit dat ik het gewaagd heb om in het maatschappelijk debat een onpopulaire positie in te nemen doet daar niets aan af. Ik hoef mijn leven – mijn tijd, mijn energie – niet te delen met mensen die zodanig in de war zijn dat ze het hun levensdoel hebben gemaakt om te “bewijzen” dat ik een oplichter ben. Ik hoef niet elke aantijging te weerleggen. Ik hoef niet in discussie te gaan met iedereen die mijn tijd opeist.

We leven in een tijd waarin iedereen vrij obsessief elk detail van het leven met elkaar deelt. Dat valt op, vooral nu. Vertel een willekeurig persoon maar eens dat je niet op Facebook zit. Misschien valt het mij extra op doordat ik behoor tot de laatste generatie die zich nog kan herinneren dat het ooit niet zo was, dat het ooit normaal was om de telefoon niet altijd op te nemen of iemand een aantal dagen niet te spreken. Hoe het ook zij; ik laat mij die mijns inziens zeer ongezonde neiging niet als verplichting opleggen. Ook niet, en eigenlijk vooral niet, nu ik een semipubliek persoon ben. Wie iets van mij wil weten, mag het me vragen. En als ik geen antwoord wil geven? Dan heb je, zoals we op school zeiden, gewoon vette pech.