Column van Jade Kuit.

“Je wacht maar tot je achttien bent.”

Dat zei mijn moeder altijd tegen me wanneer ik zeurde dat ik een piercing wilde. Ze had het ook al goed gevonden dat ik een tweede gaatje in mijn oren liet prikken, maar een neusring? Nee, om die beslissing te kunnen nemen moest ik eerst in ieder geval juridisch volwassen zijn. En hoewel mijn vader er minder problemen mee had, heeft mijn moeder die discussie destijds gewonnen. Ik moest wachten, en dat heb ik ook gedaan. Tot ongeveer een week na mijn achttiende verjaardag, en toen zat ik in die piercingshop. Maar gewacht heb ik.

Nu ik zelf oud genoeg ben dat andere volwassenen niet meer tegen me zeggen dat mijn brein nog niet volgroeid is, begrijp ik het standpunt van mijn moeder eigenlijk ook wel een beetje. Ik was onlangs op een verjaardag waarop achttienjarigen aanwezig waren en moest zowaar even met mijn ogen knipperen toen ik zag dat ze alcohol dronken. Oh ja, dat mogen ze natuurlijk gewoon, ondanks het feit dat ze na de millenniumwisseling geboren zijn en dus eigenlijk gewoon nog in de categorie “baby” vallen. Na een paar minuten drong het tot mij door dat ik zelf op mijn zestiende al mocht drinken. Jeetje. Dat kan toch zeker niet? Zag ik er toen ook zo kinderlijk uit?

Over het algemeen is het in Nederland een breed geaccepteerde opvatting dat jongeren – in ieder geval tot achttien jaar, maar naar alle waarschijnlijkheid nog wel langer – verminderd in staat zijn om weloverwogen keuzes te maken voor de lange termijn. Dat komt doordat de prefrontale cortex nog niet voldoende ontwikkeld is. Het bekende verhaal, en een belangrijk deel van de reden waarom de minimumleeftijd voor alcohol destijds is verhoogd: het drinken van alcohol belemmert de natuurlijke ontwikkeling van het brein, en een puber is juist door dat onderontwikkelde brein nog niet volledig in staat om te besluiten of hij dat risico wil nemen. Of om te besluiten of hij een piercing of tattoo wil, bijvoorbeeld. Of seks.

Er is echter een merkwaardige uitzondering op deze logica. Het lijkt bijna zelfkastijding om een nieuw onderwerp aan te snijden waarover ik er niet de “juiste” mening op na houd, maar door de toenemende frequentie waarmee het in de media besproken wordt, ontkom ik er bijna niet aan.

Een studie door een professor van Brown University waaruit bleek dat er in relatie tot het toenemende aantal jongeren dat zegt transgender te zijn mogelijk sprake was van een zogenoemde sociale besmetting werd na ernstige maatschappelijke ophef door de Amerikaanse universiteit teruggetrokken.

Het brein van een minderjarige is niet voldoende ontwikkeld voor het maken van goede keuzes voor de lange termijn, behalve wanneer het gaat over de keuze om wel of geen onomkeerbare medische behandelingen te ondergaan om fysiek meer op het andere geslacht te lijken. Sterker nog; het feit dat een zogenoemde “transitie” in veel gevallen gepaard gaat met lange wachtlijsten wordt door onze eigen NOS vandaag besproken alsof het hier een ernstige misdaad tegen de menselijkheid betreft. Transgender jongeren zijn hierdoor “overgeleverd aan zelfmedicatie,” kopt de staatsomroep dramatisch. Kinderen zo jong als veertien jaar blijken online zelf hormonen te bestellen vanwege de ernstige psychische problemen die door het wachten worden veroorzaakt. Dat is niet zonder gevaar, zegt een geciteerde endocrinoloog van het Radboudumc. “Wat je nodig hebt is heel persoonsafhankelijk.”

Wat een transgender jongere nodig heeft valt te bediscussiëren, maar mijns inziens zou dat in ieder geval adequate informatie over de risico’s van deze middelen moeten omvatten. De effecten van zogenoemde “puberteitsblokkers” waarmee de fysieke ontwikkeling van een kind “op pauze” wordt gezet, bleken achteraf toch niet zo volledig omkeerbaar te zijn als eerder werd beweerd. De middelen blijken een negatief effect te hebben op botdichtheid en er was geen waarneembaar positief psychologisch effect. Maar ook behandeling met hormonen van het andere geslacht, waartoe de meeste jongeren die puberteitsblokkers hebben gebruikt op latere leeftijd overgaan, gaat gepaard met de nodige risico’s, waaronder cardiovasculaire ziektes. Bovendien gaat zogenoemde “genderdysforie” bij jongeren in veel gevallen samen met andere problemen, waaronder seksueel misbruik, trauma, homofobie in de familie of op school, of het hebben van een autismespectrumstoornis of ADHD. Het is niet moeilijk voor te stellen dat dergelijke zaken invloed kunnen hebben op de manier waarop een jongere zichzelf ziet ten opzichte van anderen, en wellicht kunnen veroorzaken dat deze jongere de oorzaak van zijn of haar problemen ten onrechte zoekt in onveranderlijke realiteit van zijn of haar biologische geslacht.

Een vrouwenopvang in Vancouver werd in 2019 van haar subsidie ontdaan en beklad door transgenderactivisten na een besluit om biologische mannen de toegang te ontzeggen

Suggereren dat medische transitie wellicht niet de beste oplossing is voor iedere jongere die zich meldt met genderproblematiek – en dat zijn er een stuk meer dan enkele tientallen jaren geleden – of erkennen dat zelfs de meest overtuigende plastische chirurgie geen effect heeft op geslachtschromosomen is in de huidige tijdsgeest echter bijzonder risicovol. Een studie door een professor van Brown University waaruit bleek dat er in relatie tot het toenemende aantal jongeren dat zegt transgender te zijn mogelijk sprake was van een zogenoemde sociale besmetting werd na ernstige maatschappelijke ophef door de Amerikaanse universiteit teruggetrokken. Een vrouwenopvang in Vancouver werd in 2019 van haar subsidie ontdaan en beklad door transgenderactivisten na een besluit om biologische mannen de toegang te ontzeggen. En over het drama dat zich de afgelopen jaren ontvouwd heeft rondom de wereldberoemde schrijfster Joanne Rowling is inmiddels zoveel geschreven dat het bijna niemand ontgaan kan zijn; Rowling ligt al sinds begin 2020 onder vuur nadat zij de onvergefelijke zonde had begaan om te zeggen dat mannen geen vrouwen kunnen worden (en vice versa). In november 2021 zei ze dat ze inmiddels “haar huis kan behangen” met alle doodsbedreigingen die ze sindsdien heeft ontvangen en dat zij en haar gezin door de politie gemonitord moest worden nadat transgenderactivisten haar woonadres op internet hadden verspreid.

De geaccepteerde mening lijkt tegenwoordig te zijn dat alle uitingen van afwijkend seksueel gedrag normaal zijn, en dat het ook prima is om kinderen met dergelijke informatie te bombarderen – zelfs als dat betekent dat je kleuters blootstelt aan shows door zogenoemde drag queens (een eufemisme voor “mannen in lingerie”) met borden waarop staan “it’s not gonna lick itself.”

Ook persoonlijk ben ik deze vijandigheid online veelvuldig tegengekomen. Ook ik heb berichten ontvangen met “kill yourself, transphobic bitch,” en ook ik ben in discussies verzeild geraakt waarin gesuggereerd werd dat ik door de verkeerde mening te uiten verantwoordelijk was voor doden en bloed aan mijn handen had. Eigenlijk doet het me sterk denken aan het maatschappelijk klimaat rondom nog een ander onderwerp. Wat was het ook alweer?

Mijns inziens is de discussie over het transgenderfenomeen het zoveelste voorbeeld van een onderwerp waarover in toenemende mate dogma’s zijn ontstaan waarvan men niet af mag wijken. De geaccepteerde mening lijkt tegenwoordig te zijn dat alle uitingen van afwijkend seksueel gedrag normaal zijn, en dat het ook prima is om kinderen met dergelijke informatie te bombarderen – zelfs als dat betekent dat je kleuters blootstelt aan shows door zogenoemde drag queens (een eufemisme voor “mannen in lingerie”) met borden waarop staan “it’s not gonna lick itself.”

Dat ik mij zorgen maak over een situatie waarin experimentele medische behandelingen op minderjarigen worden toegepast, zal inmiddels niemand meer verbazen. Maar in tegenstelling tot de discussie over de coronavaccinaties, speelt die over het transgenderprobleem in ieder geval al langer dan twee jaar, en zijn er dus ervaringen te vinden van mensen die achteraf vurig zouden wensen dat ze beter geïnformeerd waren.

De destijds 23-jarige Keira Bell, die in 2020 een rechtszaak won waarna in het Verenigd Koninkrijk geen puberteitsblokkers meer mochten worden voorgeschreven aan jongeren onder de zestien jaar zonder toestemming van een rechter, beschrijft haar ervaringen onder andere als volgt:

“Ik was juridisch volwassen toen [de operatie om mijn borsten te verwijderen] plaatsvond, en ik wil mijzelf niet ontdoen van de verantwoordelijkheid. Maar ik werd op een bepaald pad gezet – van puberteitsblokkers naar testosteron naar een operatie – toen ik een getroebleerde tiener was. Door de operatie is een zenuwschade aan mijn borst, en ik heb niet zoveel gevoel als ik vroeger had. Als ik al kinderen kan krijgen, zal ik ze nooit borstvoeding geven.”

Het resultaat van Keira’s rechtszaak werd na niet al te lange tijd in hoger beroep ongedaan gemaakt, maar haar verhaal is desondanks krachtig. Persoonlijk ben ik tegenwoordig steeds dankbaarder dat ik ben opgegroeid voordat de maatschappij zodanig doorregen was met dit onderwerp, en ben opgevoed door een moeder die nooit zou hebben geaccepteerd dat ik mijn borsten wilde laten verwijderen.

Die neusring draag ik overigens vandaag de dag nog steeds. Blijkbaar kon ik dat besluit wel goed inschatten toen ik jonger was dan achttien. Maar goed, ik werd dan ook niet gebombardeerd met berichten dat ik mijn leven lang psychische problemen zou hebben als ik hem niet zou nemen. Wellicht dat daar het verschil in zit.

Delen op sociale media