Er zijn vandaag wederom op meerdere plekken in het land acties gaande van boeren tegen de stikstofplannen van het kabinet. De NOS meldde tegen het middaguur dat er bij het Tweede Kamergebouw trekkers en zelfs een aantal koeien zijn gesignaleerd.

Eerder vanmorgen ontstond er overlast op onder andere de A12 en de A7 doordat boeren langs de snelwegen hooibalen in brand staken. Het zicht op de weg werd daardoor belemmerd. In een verklaring van Farmer’s Defence Force (FDF) werden boeren opgeroepen om vandaag rond het middaguur naar de Tweede Kamer te komen. “Op 28 juni zullen we het halveren van de veestapel een gezicht gaan geven. Duidelijk maken voor welke keuzes boeren gezet worden door het misselijkmakende beleid van dit kabinet,” aldus de verklaring.

Zojuist gaven minister-president Mark Rutte en minister Dilan Yesilgöz van Veiligheid en Justitie een verklaring over de voortdurende protestacties van de boeren. Rutte zei onder andere dat het laten ontstaan van gevaarlijke situaties en intimidatie van andere weggebruikers “niet acceptabel” zijn en “zich niet verhouden tot het demonstratierecht.” Hij erkende dat de aangekondigde besluiten “ingrijpend” zijn, maar zei meteen daarna ook dat ze noodzakelijk zijn. Volgens de minister-president ontkennen sommige mensen de feiten. “Dat mag ook, maar het is niet verstandig.” Hij sprak begrip uit voor de zorgen van de boeren en benadrukte dat het demonstratierecht een “groot goed” is, maar protestacties dienen wel binnen het kader van de wet te blijven.

Ook leiden bewindslieden met lege uitspraken over de democratische rechtsstaat af van het werkelijke probleem: het feit dat een grote groep Nederland zich zodanig in een hoek gedreven voelt dat dergelijke protesten ontstaan.

Rutte sprak ook zijn waardering uit voor “OM, politie en burgermeesters, die als één front de wet handhaven.” Minister Yesilgöz voegde aan zijn verklaring toe dat het demonstratierecht niet inhoudt dat “gevaarlijke acties” geen gevolgen hebben en dat er op verschillende manieren wordt gehandhaafd, zowel op het moment zelf als achteraf. “Denk niet dat je ermee wegkomt.”

Beide bewindslieden zeiden herhaaldelijk wel degelijk begrip te hebben voor de protestacties en boeren die “binnen de kaders van de wet” demonstreren te waarderen. Rutte gaf aan best te begrijpen dat de stikstofplannen zeer ingrijpend zijn voor mensen van wie de bedrijven vaak al generaties in de familie zijn. Maar, zo poogt hij de boeren gerust te stellen, “de aangekondigde maatregelen worden niet morgen ingevoerd.” En volgens Yesilgöz is het overduidelijk dat de rechtsstaat in Nederland uitstekend werkt. Ongetwijfeld een hele opluchting voor de demonstrerende boeren.

Onzes inziens heeft het er alle schijn van dat het kabinet het demonstratierecht alleen respecteert wanneer niemand last heeft van een protest, en dat protest dus feitelijk geen effect heeft.

De verklaring komt, niet geheel verrassend, bijzonder ingestudeerd en onoprecht over. Er wordt herhaaldelijk gezegd dat er wel degelijk begrip is voor de wanhoop van Nederlandse boeren, maar tegelijkertijd doet Rutte ook geen concessies over het veronderstelde feit dat de maatregelen absoluut noodzakelijk zijn. Volgens hem dient er actie te worden ondernomen, omdat er anders op de lange termijn geen wegen en geen woningen meer kunnen worden gebouwd “en het land op slot komt te staan.” Bovendien heeft de verzuring van de bodem op de lange termijn ook gevolgen voor de agrarische sector. Niet zeuren dus.

Ook de voortdurende herhaling van de uitspraak dat “gevaarlijke acties” niets met het demonstratierecht te maken hebben is opvallend. Er wordt gehamerd op het idee dat de overheid groot respect zou hebben voor dit recht, maar dat de huidige protesten geen plaats zouden hebben in “onze democratische rechtsstaat.” Dat is opvallend gezien het feit dat deze uitspraken in vrijwel dezelfde bewoordingen ook werden gedaan toen een groeiend aantal Nederlanders herhaaldelijk demonstreerde tegen het coronabeleid van het kabinet. Ook toen werd tot in den treure herhaald dat demonstreren is toegestaan, maar dat de protesten die feitelijk plaatsvonden niets met democratie te maken hadden.

Onzes inziens heeft het er alle schijn van dat het kabinet het demonstratierecht alleen respecteert wanneer niemand last heeft van een protest, en dat protest dus feitelijk geen effect heeft. Ook leiden bewindslieden met lege uitspraken over de democratische rechtsstaat af van het werkelijke probleem: het feit dat een grote groep Nederland zich zodanig in een hoek gedreven voelt dat dergelijke protesten ontstaan. In plaats van uitgebreid te spreken van “gevaarlijke acties” en “intimidatie”, zou het kabinet er goed aan doen om met oprechte interesse te luisteren naar de verhalen van de mensen die worden geraakt door plannen waarvan de bewindslieden zelf hoogstwaarschijnlijk niets zullen merken.

Delen op sociale media