Column van Jade Kuit.

Ik was niet populair op school. In de twee jaar sinds ik begon met het schrijven van columns, heb ik dat feit al meerdere keren benoemd. Ik was een “raar” meisje dat al heel vroeg uitzonderlijk veel gevoel had voor taal, maar weinig tot geen gevoel had voor de sociale situaties die mijn leeftijdsgenoten moeiteloos aan leken te voelen. Ik deelde en begreep hun interesses niet. Ik had niet het juiste kapsel of de juiste kleding. Ik vond de verkeerde dingen interessant. Ik praatte op een manier die vreemd werd gevonden, gebruikte woorden die andere kinderen niet kenden. Ik was niet cool, en hoewel ik er op de middelbare school uiteindelijk dan toch in slaagde wat sociale contacten op te doen, behoorden die mensen en ik nog altijd niet tot de groep die door de rest van de school cool werd gevonden. Wat het ook is dat mensen die sociale status oplevert (en daar ben ik eigenlijk nooit volledig achter gekomen); bij mij zit dat er gewoon niet in.

De steun van de grote alternatieve mediakanalen bleek al snel voorwaardelijk te zijn; net als de reguliere media lieten zij zich afleiden door kijkcijfers en commercialiteit

Ik schaam mij niet langer voor het feit dat mijn ervaringen met gepest en buitengesloten worden mij nog altijd beïnvloeden. Ik denk dat iedereen die dergelijke dingen meemaakt en desondanks beweert dat die ervaringen in het volwassen leven niet langer relevant zijn tegen zichzelf liegt. Uiteraard worden bepaalde dingen minder pijnlijk wanneer je ze bekijkt door de lens van volwassenheid, en leer je in sommige gevallen ook de psychologische mechanismen te begrijpen die mensen ertoe bewegen om eenieder die als “anders” wordt waargenomen aan te vallen en uit te sluiten. Maar de pijn van sociale uitsluiting is significant, zeker wanneer je te jong bent om het gedrag van anderen te relativeren of binnen een bepaalde context te plaatsen. De psychologische schade die dat kan veroorzaken is geenszins onoverkomelijk of een reden voor schaamte. In een wereld die in toenemende mate gecompliceerd en soms zelfs vijandig is, is kennis en begrip van de eigen psyche een groot goed. Essentieel, zelfs.

Ik schrijf niet over mijn hobbelige sociale verleden omdat ik op zoek ben naar medelijden. Door de vriendschappen die ik wel wist te sluiten ben ik mij er terdege van bewust dat ik niet de enige ben met soortgelijke ervaringen. In de loop der jaren heeft een aantal van mijn vrienden mij verteld over gebeurtenissen waar ik nog steeds wel om kan huilen, en die maken dat ik mijzelf in vergelijking nog gelukkig prijs. Bovendien weet ik ook dat niet iedereen die dergelijke dingen meemaakt het geluk heeft om te eindigen met een vriendengroep zoals de mijne. Het feit dat dat bij mij wel gebeurde heeft ook zeker het een en ander gelijmd. Ik ben in die zin een gelukkig persoon.

Ik schrijf over dit onderwerp omdat het me tot inzichten heeft geleid die ik de afgelopen jaren in toenemende mate relevant vind. Naarmate ik ouder werd en ik in verscheidene sociale omgevingen moest opereren – universiteiten, werkplekken – kwam ik erachter dat volwassenen in feite dezelfde sociale patronen laten zien als basisschoolkinderen. In de meeste gevallen zullen ze je niet in elkaar slaan of expliciet beledigen. Ze zullen je spullen niet afpakken om in de modder te gooien, en volwassenen trekken over het algemeen ook niet aan elkaars haren. Maar de patronen zijn hetzelfde. Verschil je te veel van “de groep”, dan zul je een probleem hebben. Ik zal nooit meer vergeten dat ik, toen ik part time in een sportcafé werkte, slecht in de groep lag omdat – ik citeer – “ik eruitzag als een gamer chick, je weet wel, zo’n alternatief typje.” Ik had geen interesse in diepgaand sociaal contact met deze mensen, en dus kon ik er wel om lachen, maar veelzeggend was het wel.

Op een ochtend werden we wakker met een aantal figuurlijke messen in onze rug. Zo gaan die dingen nu eenmaal in “medialand”, in de alternatieve scene net zo goed als in de reguliere

De coronacrisis en de felle maatschappelijke discussie die daarover losbrak hebben dit patroon alleen maar duidelijker gemaakt. Onmiddellijk ontstond die mij zo bekende mentaliteit van “wij versus de rest.” De meerderheidsgroep versus die vermaledijde andersdenkenden, die rare wappies die per se bezwaar moeten maken tegen dingen die een “normaal mens” gewoon prima vindt. De groep “goede mensen” die bereid zijn al hun burgerrechten op te geven voor een verkoudheidsvirus versus die onbegrijpelijke egoïsten die dat niet zo vanzelfsprekend vinden. Ik was niet verrast door deze ontwikkeling, enkel door de intense agressie die ervan uitging. Plotseling was het acceptabel dat mensen die de mening van de meerderheid niet deelden door de politie in elkaar werden geslagen. Plotseling werden er serieuze discussies gevoerd over de vraag of “antivaxxers” nog wel medische zorg verdienden. Het was bijna alsof de menselijkheid van de “anderen” betwist werd. Daar ben zelfs ik, met al mijn ervaringen, hevig van geschrokken.

Wat ik echter nog veel moeilijker te verkroppen vind is het feit dat ook de minderheidsgroep, de andersdenkenden, met het verstrijken van de tijd deze dynamiek begon te vertonen. Achteraf zie ik wel hoe naïef het was om te denken dat ik dit gedrag in deze specifieke groep mensen niet tegen zou komen, maar destijds leek het mij best logisch. We hebben het hier immers over een groep die in hogere mate dan de “meerderheid” bestaat uit mensen die op een bepaalde manier anders zijn. Op de demonstraties die ik heb bijgewoond zag ik redelijk veel mensen die men als alternatief zou kunnen bestempelen. Op sociale media werd al snel duidelijk dat “wappies” vaker geïnteresseerd zijn in holistische geneeskunde en theorieën over chakra’s; dingen waarvoor je van “gewone” mensen het label zweefteef krijgt opgeplakt. Ik zag deze dingen als positief; mensen die ervaring hebben met “anders zijn” waren mijns inziens waarschijnlijker om op een positieve en ruimdenkende manier met elkaar om te gaan.

Het duurde echter niet lang voordat ik voor het eerst de suggestie tegenkwam dat bepaalde mensen het verdienden om ziek te worden of zelfs te overlijden omdat ze een coronavaccinatie hadden gehaald. Een deel van de groep coronacritici bleek de gevreesde “ander” eveneens in hoge mate te demoniseren. Bovendien bleek de dynamiek tussen populaire en niet-populaire mensen in deze groep nauwelijks te onderscheiden van diezelfde dynamiek in de “meerderheidsgroep.” Sommige mensen worden als “cool” gezien, anderen niet. Sommige mensen wil iedereen voor de camera hebben, anderen niet. Het helpt hierbij om conventioneel aantrekkelijk en een gladde prater te zijn. Net als bij de door sommige “andersdenkenden” zo verachte meerderheid ontstaan er ook binnen “onze” kant van het maatschappelijk debat vormen van heldenverering die eigenlijk best een beetje eng zijn. En ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik mij hier totaal niet door heb laten afleiden.

Het maakt mij verdrietig om te zien hoe alternatieve media in sommige gevallen nauwelijks nog te onderscheiden vallen van reguliere media. Het baart mij zorgen

Onze Buitenparlementaire Onderzoekscommissie kreeg binnen zeer korte tijd aanzienlijk meer aandacht dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. We ontvingen duizenden e-mails van mensen die ons project waardeerden en ontzettend aardige dingen tegen ons zeiden. Die berichten waardeer ik nog altijd in hoge mate. Plotseling vonden mensen mij en de dingen waar ik mij mee bezighield interessant. Plotseling waren we “cool” genoeg dat de grote alternatieve mediakanalen interviews met ons wilden doen en met ons wilden samenwerken, en ik kan niet in alle eerlijkheid beweren dat ik daar ongevoelig voor was, ondanks het feit dat ik mij nooit volledig heb kunnen onttrekken aan de indruk dat het hen meer om mijn vader ging dan om mij. Ik ben niet bijzonder comfortabel met camera’s, ik ben niet opvallend aantrekkelijk, en bovendien – in de woorden van een van die populaire alternatieve mediapersonen – weet ik toch niet zoveel en zou ik de commissie nooit in mijn eentje voortzetten. Een beetje seksisme is de alternatieve scene duidelijk ook niet vreemd.

Erg lang heeft onze populariteit binnen de groep coronacritici niet geduurd. Hiermee bedoel ik niet te suggereren dat er geen mensen zijn die ons al die tijd consistent hebben gesteund, maar individuele interacties verschillen vaak in opvallende mate van groepsdynamieken. Al snel bleek dat populariteit in deze groep al even vergankelijk is als onder “gewone” mensen. De steun van de grote alternatieve mediakanalen bleek al snel voorwaardelijk te zijn; net als de reguliere media lieten zij zich afleiden door kijkcijfers en commercialiteit, en het feit dat wij zelf wensten te beslissen over onze eigen projecten leidde er uiteindelijk toe dat samenwerking onmogelijk werd. Op een ochtend werden we wakker met een aantal figuurlijke messen in onze rug. Zo gaan die dingen nu eenmaal in “medialand”, in de alternatieve scene net zo goed als in de reguliere.

Ik vertel dit alles niet vanuit boosheid of rancune. Ik zal de eerste zijn die toegeeft dat vermeende populariteit verleidelijk is, vooral wanneer je er niet aan gewend bent. Met de tijd ga je je acties en je uitspraken bewust of onbewust op zo’n manier vormgeven dat het minder waarschijnlijk wordt dat je die populariteit verliest. Dat komt doordat mensen van nature groepsdieren zijn, en zelfs de meest zelfbewuste persoon is niet immuun voor dit proces. Ik ook niet.

Ik vertel dit omdat deze dynamiek, hoewel hij niet volledig te vermijden valt, een belangrijke is om je bewust van te zijn, vooral binnen bewegingen die als doel hebben de maatschappij op de een of andere manier te verbeteren. Ik vond het teleurstellend om te zien hoeveel mensen zich laten afleiden van hun idealen door zaken als geld, status en populariteit. Het maakt mij verdrietig om te zien hoe alternatieve media in sommige gevallen nauwelijks nog te onderscheiden vallen van reguliere media. Het baart mij zorgen. Bewustzijn van deze dynamiek is mijns inziens essentieel voor iedere beweging die ook maar enigszins effectief wenst te zijn.

Het feit dat wij bijzonder koppige mensen zijn en dus pertinent hebben geweigerd onze koers te wijzigen onder druk van hen die dachten over ons werk te kunnen beslissen, heeft ertoe geleid dat wij wederom niet cool zijn. Eigenlijk moet ik er ook wel een beetje om lachen; het lijkt net alsof een hogere macht – God, het universum, hoe je het ook noemen wil – heeft besloten dat dit de positie is die ik in dit leven hoor in te nemen. Uitsluiting steekt ook niet langer zoals het vroeger deed, waardoor ik de situatie objectiever kan bekijken en tot de conclusie kom dat de positie van “outsider” het voordeel heeft dat je bepaalde zaken vanuit hier bijzonder helder kunt zien.

Mijn ervaringen als publiek coronacriticus hebben mij gesterkt in mijn overtuiging dat er een goede reden is waarom ik niet goed in groepen functioneer. Mijn modus operandi is daarom om op individuele basis met mensen te praten. De ervaring leert dat dit in de meeste gevallen zuiverdere interacties oplevert, die meer met de inhoud te maken hebben dan met uiterlijk, vorm of conventies. Dat is een stuk beter voor de algemene gemoedsrust. Ik kan het iedereen aanraden.

Delen op sociale media