Lang geleden – rond de vijftiende eeuw voor Christus – leefde er in Egypte een volk dat zich de Israëlieten noemde. Zij waren de afstammelingen van de zogenoemde aartsvader Jakob (Israël). Met Jakob (en met Isaak en Abraham daarvoor) had God een speciaal verbond gesloten: hij zou hen een land geven, en zoveel nakomelingen als er sterren aan de hemel staan. De Israëlieten hadden echter bepaald geen gunstige positie in Egypte; zij werden door de plaatselijke machthebber – de farao – tot slavenarbeid gedwongen. De farao voelde zich bedreigd omdat de Israëlieten een sterk volk waren, en talrijk bovendien. Daarom deed hij er alles aan om te voorkomen dat het volk nog groter werd. Het volk leed ernstig onder de tirannie van de farao, en zij beklaagden zich hier luid over. God hoorde dat, en dacht aan zijn verbond met Abraham, Isaak en Jakob. Hij trok zich het leed van de Israëlieten aan en besloot hen te helpen. Hij instrueerde een man genaamd Mozes om de farao op te dragen Gods volk te laten gaan, en om hen vervolgens naar een door God beloofd land te leiden. Mozes en zijn broer Aäron wendden zich tot de farao, en Mozes zei: “Dit zegt de Heer, de God van Israël: Laat mijn volk gaan.”

Voorspelbaar genoeg had de farao hier geen oren naar. Hij weigerde, en bedacht zelfs nieuwe manieren om de Israëlieten het leven nog moeilijker te maken. Mozes raakte hierdoor ontmoedigd, en vroeg God waarom Hij hem eigenlijk geroepen had als de situatie van het volk er niet door verbeterde. Maar, zo antwoordde God, “Nu zul je zien wat Ik de farao ga aandoen: Ik zal hem met harde hand dwingen mijn volk te laten gaan, hij zal het zelfs uit zijn land wegjagen.”

Voor de geïnteresseerde lezer die niet met dit verhaal bekend is, staat het uitgebreid beschreven in het Bijbelboek Exodus, vanaf hoofdstuk 3. Voor dit schrijven volstaat het om te zeggen dat Mozes de farao herhaaldelijk opriep om Gods volk te laten gaan, en dat God het land bij elke weigering strafte met een plaag. De tiende plaag, die de farao er uiteindelijk toe bewoog om het volk alsnog te laten vertrekken, hield in dat God alle eerstgeborenen in Egypte doodde. De Israëlieten werden gespaard, omdat God hen had geïnstrueerd om de avond tevoren een lam of een bok te slachten en het bloed van dit dier op hun deurposten te smeren. Zo wist God welke huizen hij met zijn laatste plaag moest overslaan.

Na het verlies van zijn eerstgeborene joeg de farao de Israëlieten, zoals beloofd, uit Egypte weg. Hij droeg Mozes en Aäron op om met het volk het land te verlaten. “Ga onmiddellijk bij mijn volk weg,” zei hij, “u en alle Israëlieten! Ga de Heer maar vereren, zoals u hebt gevraagd. Neem uw geiten, schapen en runderen mee, zoals u gevraagd hebt, en verdwijn!”

Mozes en zijn volk verdwenen inderdaad, en begonnen aan een veertig jaar durende trektocht naar het land dat hen door God was beloofd. De uittocht uit Egypte is de oorsprong van het Joodse feest Pesach, waarbij ieder jaar een lam of een bok wordt geslacht en de bevrijding van Gods volk van onderdrukking wordt gevierd.

Uiteraard is er een reden waarom ik mijn enigszins roestige Bijbelkennis voor de lezer afstof. Persoonlijk verloor ik mijn affiniteit met het Christelijk geloof ergens in mijn puberteit, grotendeels als gevolg van de bekrompenheid die men vaak in kerken tegenkomt, en liet ik mij zelfs een tijdje wijsmaken dat alle Christelijke feestdagen in feite slappe aftreksels zijn van heidense vieringen. Ook dit jaar wemelt het online van de discussies waarin beweerd wordt dat Pasen eigenlijk gebaseerd is op het heidense feest Ostara, een lentefeest dat jaarlijks plaatsvindt tijdens de lente-equinox. De afnemende populariteit van het Christendom heeft ertoe geleid dat dergelijke beweringen in toenemende mate onderdeel zijn van het publieke bewustzijn, ondanks het feit dat ze afbreuk doen aan de ware betekenis van de Christelijke feestdagen en bovendien simpelweg niet correct zijn.

Feit is dat het Christelijke Paasfeest onlosmakelijk verbonden is met en gebaseerd is op het Joodse feest Pesach. De kruisiging en wederopstanding van Jezus – hetgeen Christenen tijdens Pasen vieren – vond namelijk plaats tijdens het acht dagen durende Pesach. Bovendien zullen Ostara en Pasen nooit op dezelfde dag plaatsvinden, gezien het feit dat Ostara altijd plaatsvindt op de lente-equinox, terwijl Paaszondag altijd op de zondag na de eerste volle maan na de lente-equinox valt.

Ik zal de eerste zijn die toegeeft dat ik geenszins zeker ben over mijn geloof in of mijn positie ten opzichte van de God van de Joden en de Christenen. Tijdens mijn jaren als twintiger heb ik er zo mijn eigen filosofieën over ontwikkeld, die voor dit schrijven niet relevant zijn. Wel relevant is het feit dat, politiek correct of niet, het Jodendom en het Christendom een integraal onderdeel zijn van de Westerse cultuur. Ook is het in deze tijd veelzeggend dat onderdrukking en bevrijd worden van onderdrukking zowel in het geval van Pesach als in het geval van Pasen een belangrijk thema zijn.

Tijdens het leven van Jezus van Nazareth, die voor Christenen geldt als de Zoon van God, heersten de Romeinen over het gebied waar het Joodse (Israëlitische) volk leefde. De Romeinen stonden erom bekend dat zij met harde hand regeerden, maar als de bevolking van bezette gebieden zich niet verzette en belasting betaalde, konden zij over het algemeen relatief ongestoord leven en hun eigen religie behouden. Voor welgestelde Joden vormde dit geen groot probleem, maar het armere gedeelte van het volk leed een stuk meer onder de Romeinse bezetting. Als gevolg daarvan wierpen zich zowel voor als na het leven van Jezus regelmatig Joodse mannen op die beweerden de eerder aangekondigde ‘Messias’ te zijn, die het Joodse volk zou bevrijden van onderdrukking en hun eeuwenoude verbond met God zou herstellen. Vaak rebelleerden zij tegen de Romeinse heerschappij en probeerden zij het Joodse koninkrijk te stichten dat hen ooit beloofd was. Dit lukte echter nooit; de Romeinen grepen doorgaans meedogenloos in, de verzetsstrijders werden gedood en hun leiders werden gekruisigd. Kruisiging was een methode van executie die specifiek voorbehouden was aan hen die het waagden in opstand te komen tegen het Romeinse gezag. 

Los van de vraag of Jezus nu wel of niet de door God beloofde Messias was, is het in ieder geval zeker dat de Romeinen niet blij waren met hem en zijn groeiende schare volgelingen. Jezus predikte vooral naastenliefde en tolerantie, hoewel hij er ook geen moeite mee had om van tijd tot tijd tegen de gevestigde orde aan te schoppen. En ondanks het feit dat hij in gewelddadig verzet geen interesse had – God zou immers ingrijpen – was de implicatie dat hij de beloofde Messias was uiteindelijk genoeg voor de Romeinen om hem tot de dood te veroordelen.

Dit is in de huidige tijd natuurlijk een zeer relevant thema, en een groot onderdeel van de reden waarom ik niet langer zeker ben of de toenemende secularisatie van de Westerse wereld en de afnemende kennis van deze essentiële verhalen wel zulke positieve ontwikkelingen zijn. In een cultuur die grotendeels haar fundament heeft in de Joodse en Christelijke religies, is het op zijn minst opvallend te noemen dat een groot gedeelte van de bevolking totaal geen moeite heeft met het belasteren, bedreigen, onderdrukken en arresteren van “rebellen”, oftewel mensen die de toenemende onderdrukking door Westerse regeringen niet kunnen verenigen met hun ideeën over wat het betekent om mens te zijn en zich hierover uitspreken.

Of Jezus nu wel of niet daadwerkelijk en letterlijk de Zoon van God was/is, is in deze context niet werkelijk relevant. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat de persoon Jezus van Nazareth de ontwikkelingen van de afgelopen jaren met verdriet en grote zorgen zou aanschouwen, en dat hij zich er resoluut maar geweldloos tegen zou verzetten.

Op deze manier heeft Pasen dit jaar voor mij voor het eerst in vrij lange tijd weer een extra dimensie gekregen. Ik hoef niet zeker te weten of Jezus daadwerkelijk uit de dood is opgestaan om het verhaal van Pasen als hoopgevend te ervaren. De extra betekenis die het feest dit jaar voor mij heeft, is het idee dat puur, oprecht verzet dat gebaseerd is op naastenliefde en geweldloosheid nooit vernietigd kan worden, en dat de strijd voor wat goed en juist is nooit kan sterven.

Ik hoop vandaag op de wederopstanding van een samenleving die gebaseerd is op licht, vrijheid en wederzijds begrip, en ik wil zowel mijzelf als de lezer eraan herinneren dat dat alleen kan plaatsvinden als wij ons niet laten afleiden van de principes van geweldloosheid en naastenliefde. Jezus vroeg God bij zijn executie immers om hen die daarvoor verantwoordelijk waren te vergeven, en als ze geluk hebben, kunnen de verantwoordelijken van de huidige mensenrechtenschendingen wellicht ook vergeven worden. Daar kunnen wij echter niet over beslissen, en daarom is het mijn persoonlijke opvatting dat wij niets anders kunnen doen dan ons bezighouden met informeren, weigeren, onze hand uitsteken, en ja, vergeven.

Ik wens u een fijn en hoopvol Paasfeest.

Delen op sociale media