In de Verenigde Staten heeft een meerderheid van de Senaat ingestemd met een nieuwe wapenwet. Alle vijftig Democratische senatoren en vijftien Republikeinen stemden voor de wet. Dat meldt onder andere de NOS vandaag.

De felle discussie omtrent strengere wapenwetgeving woedt in de Verenigde Staten al dertig jaar. De nieuwe wet wordt daarom gezien als een doorbraak. De discussie laaide onlangs opnieuw op na dodelijke schietpartijen op een basisschool in Texas en een week eerder in een supermarkt in Buffalo, New York. Voorstanders van strengere wapenwetgeving voeren dergelijke schietpartijen aan als argument dat de huidige wetgeving ontoereikend is om de veiligheid van Amerikaanse burgers – en dan met name die van kinderen – te garanderen. Tegenstanders, waaronder de National Rifle Association (NRA), plaatsen daar tegenover dat restricties op wapenbezit burgerrechten schenden, en dan vooral het welbekende Tweede Amendement.

De nieuwe wet houdt onder andere in dat er miljoenen dollars beschikbaar worden gesteld voor mentale gezondheid, veiligheid op scholen, crisisinterventieprogramma’s, en het motiveren van staten om jeugddelicten op te nemen in het zogenoemde National Instant Criminal Background Check System. Dit systeem wordt door wapenhandelaren gebruikt om te controleren of iemand die een wapen aan wil schaffen geen strafblad heeft of op een andere manier “ongeschikt” zou zijn om een wapen te bezitten. Anti-wapenactivisten en president Biden pleitten eigenlijk voor strengere wetgeving, waaronder een verbod op aanvalsgeweren, maar zien de nieuwe wet als een belangrijke stap.

Los van de discussie over de vraag of het bezitten en dragen van wapens nu wel of niet als een grondrecht beschouwd dient te worden, lijkt de nieuwe wetgeving te passen in het wereldwijd zichtbare patroon van toenemende wetten en restricties die menselijk gedrag en de mogelijkheid om zelf beslissingen over onze eigen levens te maken beperken.

Onder crisisinterventieprogramma’s vallen ook zogenoemde “red flag laws”, die in diverse staten al van kracht zijn en het mogelijk maken dat rechtbanken wapens – tijdelijk – in beslag nemen van mensen van wie geloofd wordt dat zij een gevaar vormen voor zichzelf of anderen. Op deze manier zouden massale schietpartijen zoals die in Texas voorkomen kunnen worden. In de staat Florida is een dergelijke wet bijvoorbeeld al sinds 2018 van kracht. Sindsdien zijn al meer dan 8.000 mensen van hun wapens ontdaan in de overwegend Republikeinse staat.
Tegenstanders van strengere restricties op wapenbezit voeren aan dat dergelijke red flag laws niet alleen het Tweede Amendement schenden, maar ook de Vijfde en Veertiende Amendementen. Daarin wordt gespecificeerd dat Amerikaanse burgers het recht hebben op een eerlijk proces en in de afwezigheid daarvan niet ontdaan kunnen worden van “leven, vrijheid of bezit.” Voorstanders van red flag laws voeren aan dat het recht op een eerlijk proces wel degelijk gerespecteerd wordt omdat mensen de mogelijkheid hebben in beroep te gaan tegen een besluit om hun wapens af te nemen, maar tegenstanders staan erop dat dit de verkeerde volgorde van zaken is; het concept “onschuldig tot het tegendeel bewezen is” wordt hiermee volgens hen niet gerespecteerd.

Het eerder genoemde Tweede Amendement is in de Amerikaanse cultuur zeer belangrijk. Het amendement luidt:

“Omdat een goed gereguleerde militie noodzakelijk is voor de veiligheid van een vrije staat, mag het recht van het volk om wapens te houden en te dragen niet worden geschonden.”

Het is al geruime tijd een doorn in het oog van anti-wapenactivisten, die argumenteren dat een gewone burger helemaal geen wapens nodig heeft. Voorstanders van het recht op wapenbezit benadrukken dat het Tweede Amendement bedoeld is om burgers de mogelijkheid te geven zichzelf te verdedigen tegen “tirannieke overheden,” een argument dat in relevantie toeneemt in een tijd waarin burgerrechten wereldwijd onder druk staan van onder andere lockdowns en vaccinatiemandaten. Men zou zich af kunnen vragen of de Europese standaard, waarbij het leger en de politie over het algemeen een zogenoemd “geweldsmonopolie” hebben, wel zo verstandig is.

Dat de verdeeldheid over eventuele wapenrestricties met de nieuwe wet nog niet beëindigd is, werd deze week eveneens duidelijk. Het Amerikaanse Hooggerechtshof haalde afgelopen donderdag een streep door een New Yorkse wet uit 1913 die stelde dat wapenbezitters een “geldige reden” moesten opgeven om buitenshuis wapens te dragen. De New Yorkse tak van de NRA had samen met twee burgers bezwaar gemaakt tegen de wet omdat die de Amerikaanse grondwet zou schenden. Een lagere rechter had het bezwaar eerder afgewezen, maar het Hooggerechtshof heeft het wel gegrond verklaard. De uitspraak kan mogelijk gevolgen krijgen voor het recht om een wapen te dragen in de hele Verenigde Staten.

Los van de discussie over de vraag of het bezitten en dragen van wapens nu wel of niet als een grondrecht beschouwd dient te worden, lijkt de nieuwe wetgeving te passen in het wereldwijd zichtbare patroon van toenemende wetten en restricties die menselijk gedrag en de mogelijkheid om zelf beslissingen over onze eigen levens te maken beperken. Of deze – relatief milde – nieuwe wet zal leiden tot meer wetgeving en restricties omtrent wapenbezit, moet nog duidelijk worden, maar dit behoort onzes inziens zeer zeker tot de mogelijkheden. Wij houden eventuele ontwikkelingen nauwlettend in de gaten.

Delen op sociale media