De democratische rechtsstaat in Nederland moet “compromisloos en vastberaden” worden beschermd tegen bedreigingen uit verschillende hoeken. Alleen zo kan Nederland een “mooi en veilig land zijn, met vrijheid voor iedereen.” Dat zei Minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yeşilgöz (VVD) gisteren tijdens de jaarlijkse HJ Schoo-lezing.

De HJ Schoo-lezing wordt ieder jaar georganiseerd door Elsevier Weekblad en is vernoemd naar de oud-hoofdredacteur Hendrik Jan Schoo. De lezing geldt als de officieuze opening van het politiek jaar. Yeşilgöz gebruikte de gelegenheid om meerdere zaken aan te kaarten die volgens haar bedreigingen vormen voor de democratische rechtsstaat. De in Turkije geboren minister kwam na de machtsovername door de Junta in 1980 met haar ouders naar Nederland. “De val van een democratische rechtsstaat heeft mijn leven bepaald. Het kan dan ook niet anders dan dat ik het hier, op dit podium, met u over de democratische rechtsstaat wil hebben.”

Yeşilgöz beschreef in haar lezing hoe de democratie in Turkije als gevolg van de machtsovername door de junta geleidelijk aan afbrokkelde. Het parlement werd ontbonden, verenigingen en vakbonden werden verboden en talloze mensen werden opgepakt en gemarteld. De minister benadrukte ook hoe de sfeer in de maatschappij veranderde en angst en wantrouwen de boventoon begonnen te voeren. “Buren vertrouwden elkaar niet langer, vrienden verdwenen in de gevangenis en keerden nooit weer terug, mensen verloren hun banen en er was geen bestaanszekerheid meer.”

Yeşilgöz zei tijdens haar lezing herhaaldelijk dat het wat haar betreft wel degelijk legaal moet zijn om meningen te uiten waarmee zij het oneens is, maar het is overduidelijk dat ze boter op haar hoofd heeft. Met haar schromelijk overdreven verhaal over de gevaren van een groeiend wantrouwen jegens de overheid, de media en de wetenschap voedt ze hoogstpersoonlijk het maatschappelijke klimaat waarvan ze aan het begin van haar lezing nog het gevaar benadrukte.

Volgens Yeşilgöz staat de democratische rechtsstaat vandaag de dag ook in Nederland onder druk. “En ik vind dat we er op dit moment maar matig in slagen om hem met elkaar te verdedigen.” Ze gaf aan dat de relatie tussen de overheid en de bevolking gespannen is, mede doordat het vertrouwen in de overheid als gevolg van zaken zoals de toeslagenaffaire beschadigd is geraakt. Daardoor dreigt er bij zowel burgers als politici onverschilligheid te ontstaan, en dat kunnen we ons niet permitteren, aldus Yeşilgöz. Volgens haar wordt onze manier van leven op dit moment namelijk “heel bewust en systematisch” aangevallen.

De minister benoemde het feit dat Nederland een moeizame relatie lijkt te hebben met religiekritiek, hoewel “islamkritiek” wellicht een nauwkeurigere woordkeuze zou zijn geweest. De voorbeelden die ze aanhaalde – de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh en de reacties daarop, de internationale cartoonrellen, de onthoofding van de Franse docent Samuel Paty – zijn immers allemaal gerelateerd aan de islam. Volgens Yeşilgöz is het gevaarlijk voor de democratische rechtsstaat wanneer kritiek ongewenst of verboden is. “Het probleem is het totale gebrek aan weerbaarheid en aan tolerantie voor andere meningen en levenswijzen. En dat los je niet op door die andere meningen dan maar te verbieden.”

Een verstandige uitspraak, die uit de mond van deze minister desondanks enigszins verbazend is. In januari van dit jaar kwam Yeşilgöz onder vuur te liggen van zowel de coalitie als de oppositie, omdat ze niet stellig genoeg had gezegd dat de toen nog volop geldende coronaregels streng gehandhaafd dienden te worden. Ze liet zich destijds netjes terugfluiten; tijdens het Veiligheidsberaad en in een Kamerbrief benadrukte ze “het belang van de naleving, controle en handhaving” van de coronaregels. Haar mening dat de naleving van de regels aan de bevolking zelf was, mocht blijkbaar wel verboden worden.

Blijkbaar zijn deze mensen, deze heldhaftige hoeders van de democratie, verheven boven de kritiek waarvan ze eerder nog zei dat die niet verboden diende te worden. Kritiek hoeft echter niet letterlijk verboden te worden wanneer eenieder die deze of soortgelijke kritiek uit, wordt weggezet als een gevaar voor de democratie.

Een tweede bedreiging voor de democratie in Nederland is volgens minister Yeşilgöz het groeiende probleem van de georganiseerde misdaad. Ze stelde – terecht – dat georganiseerde (drugs)criminaliteit de maatschappij minder veilig maakt en de kwaliteit van leven ondermijnt. “In Italië kunnen veel mensen nog uit eigen ervaring vertellen wat het betekent als criminelen de baas zijn op straat. Wat het betekent, als je niemand, van politici tot politiemensen en rechters, kunt vertrouwen. Omdat velen van hen corrupt zijn en je nooit weet wie in de zak van de maffia zit.” Dit is een terechte observatie, maar de minister zou er goed aan hebben gedaan om eveneens te bespreken wat het betekent wanneer politici in de zak zitten van een andere vorm van maffia – het internationale bedrijfsleven in het algemeen, en de farmaceutische industrie in het bijzonder. Ook supranationale organisaties en schimmige clubs zoals het World Economic Forum zouden hier relevant zijn geweest om te bespreken.

Yeşilgöz vervolgde haar lezing door haar zorgen uit te spreken over de ruimte die in het maatschappelijke debat is ontstaan voor “invloeden die zagen aan de fundamenten van onze samenleving.” Ze benoemt hier specifiek mensen die beweren dat je doodgaat van vaccins en dat de overheid boeren wil vervangen door asielzoekers. Volgens haar bestaan er mensen die opzettelijk het wantrouwen in de samenleving voeden, “om ons te doen geloven dat zelfs die agent die ons veilig houdt, die rechter die onafhankelijk ons gelijk bepaalt, die wetenschapper die ons van doordachte feiten voorziet, dat die het op ons gemunt hebben.” Blijkbaar zijn deze mensen, deze heldhaftige hoeders van de democratie, verheven boven de kritiek waarvan ze eerder nog zei dat die niet verboden diende te worden. Kritiek hoeft echter niet letterlijk verboden te worden wanneer eenieder die deze of soortgelijke kritiek uit, wordt weggezet als een gevaar voor de democratie.

Enigszins ironisch werd de lezing van de minister toen ze deze vervolgde met een analyse van het gevaar van het zogenoemde wokisme. “U denkt wellicht: ‘Is woke echt zo’n problematische beweging? Ja, wat mij betreft wel. Ons vermogen om te groeien, om te leren, om te ontwikkelen, wordt gevoed door wederzijdse kritiek en open discussies. Wie dat wil beperken door safe spaces te eisen op universiteiten, door elke vorm van zogenaamd confronterende kennis uit te sluiten; door de vrijheid van meningsuiting ondergeschikt te maken aan subjectieve emoties of door te bepalen welke woorden de vrije media wel of niet mogen gebruiken, die beperkt ware vooruitgang.” Volgens Yeşilgöz is het gevaarlijk wanneer bepaalde dingen niet gezegd mogen worden, omdat mensen dan aan zelfcensuur gaan doen om niet in de problemen te komen en niet gecanceld te worden. Hiermee kan men het bijna niet oneens zijn, maar uit de mond van Yeşilgöz zijn deze uitspraken moeilijk serieus te nemen, niet in de laatste plaats omdat de lezing na de behandeling van het wokisme naadloos overging in een paniekerig verhaal over de verschrikkelijke gevaren van “nepnieuws” op sociale media en mensen die suggereren dat staatsmedia wellicht niet honderd procent onafhankelijk zijn. Erger nog; sociale mediabedrijven doen er volgens haar veel te weinig aan, omdat ze er zoveel geld aan verdienen. Eenieder die de afgelopen jaren door een dergelijk platform gecensureerd of zelfs verwijderd is, zal zich bij deze uitspraak achter de oren krabben.

Yeşilgöz zei tijdens haar lezing herhaaldelijk dat het wat haar betreft wel degelijk legaal moet zijn om meningen te uiten waarmee zij het oneens is, maar het is overduidelijk dat ze boter op haar hoofd heeft. Met haar schromelijk overdreven verhaal over de gevaren van een groeiend wantrouwen jegens de overheid, de media en de wetenschap voedt ze hoogstpersoonlijk het maatschappelijke klimaat waarvan ze aan het begin van haar lezing nog het gevaar benadrukte. Blijkbaar is het bijzonder zorgelijk wanneer mensen geen kritiek durven te uiten op de islam, maar kritiek op Hugo de Jonge, de NOS of Marc van Ranst “vervuilt en radicaliseert het maatschappelijk debat.” De samenleving dient beschermd te worden tegen de gevaarlijkste mensen die hier momenteel rondlopen: Thierry Baudet en Wybren van Haga. Over de reden waarom de aanhang van deze personen de afgelopen jaren zodanig gegroeid is, laat Yeşilgöz zich nauwelijks uit. Volgens haar komt het vooral doordat mensen zo sneu en onwetend zijn; ze wisten zo weinig over dat coronavirus, en plebs voelt zich nu eenmaal graag veilig. Met geen woord wordt er gerept over de astronomische bedragen die gemoeid zijn met de ontwikkeling en productie van de coronavaccins, of over de banden die onze eigen politici met deze industrie onderhouden. Yeşilgöz zwijgt eveneens over de dalende levensstandaard van veel Nederlanders, die hun energierekeningen zien stijgen en de waarde van hun geld zien verdampen als gevolg van het beleid van een overheid die we volgens haar toch vooral moeten vertrouwen om te voorkomen dat zij ons tot gevaar voor de democratie verklaart.

Volgens Yeşilgöz is het gevaarlijk wanneer bepaalde dingen niet gezegd mogen worden, omdat mensen dan aan zelfcensuur gaan doen om niet in de problemen te komen en niet gecanceld te worden. Hiermee kan men het bijna niet oneens zijn, maar uit de mond van Yeşilgöz zijn deze uitspraken moeilijk serieus te nemen, niet in de laatste plaats omdat de lezing na de behandeling van het wokisme naadloos overging in een paniekerig verhaal over de verschrikkelijke gevaren van “nepnieuws” op sociale media en mensen die suggereren dat staatsmedia wellicht niet honderd procent onafhankelijk zijn. Erger nog; sociale mediabedrijven doen er volgens haar veel te weinig aan, omdat ze er zoveel geld aan verdienen. Eenieder die de afgelopen jaren door een dergelijk platform gecensureerd of zelfs verwijderd is, zal zich bij deze uitspraak achter de oren krabben.

Politici zoals Yeşilgöz, die met intellectueel klinkende verhandelingen zoals deze bijdragen aan de framing en polarisatie die zich de afgelopen jaren van de maatschappij meester hebben gemaakt, zijn een veel groter gevaar voor de samenleving dan mensen die publiekelijk aan de veiligheid van de coronavaccins twijfelen of boeren die hooibalen in brand steken. Ze pretendeert met veel bombarie een hoeder te zijn van de vrijheid van meningsuiting, maar benoemt in een adem een hele rits uitzonderingen op diezelfde vrijheid. Het is een fascinerende en bijna schizofrene tegenstrijdigheid die we de afgelopen jaren steeds vaker zien bij politici en andere personen in machtsposities, en het is deze tegenstrijdigheid die daadwerkelijk zaagt aan de fundamenten van onze democratie.

Delen op sociale media