Column van Jade Kuit.

Ik heb op zeer jonge leeftijd leren lezen. Als kind nam ik overal boeken mee naartoe, en daardoor beschikte ik al snel over een vrij grote woordenschat. Het gebeurt vandaag de dag nog altijd niet vaak dat ik een woord tegenkom dat ik nog nooit heb gezien, maar vanmorgen gebeurde het dan toch. Ik leerde een nieuw woord: ‘laadpaalklever’.

Voor degene die zich afvraagt wat een laadpaalklever is; dat is iemand die het lef heeft om zijn elektrische auto aan een van de publieke daarvoor bestemde laadpalen te laten staan nadat de batterij al volledig is opgeladen. Uiteraard een vergrijp waarop streng gehandhaafd dient te worden. Volgens de NOS riskeren mensen die het wagen om te laadpaalkleven (of is het ‘laadpaal te kleven’?) dan ook een boete van 95 euro. Dat volgt uit een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden afgelopen maandag. Het betrof hier een zaak van een automobilist die bezwaar had gemaakt tegen een boete die hij in 2020 had gekregen. De man had zijn auto destijds twee uur lang aan een laadpaal in Noordwijk laten staan, terwijl de batterij al vol was. Helaas voor hem staat in de Algemene Plaatselijke Verordening van Noordwijk dat laadpaalkleven niet is toegestaan, en kwam er gedurende die twee uur een overijverige bonnenschrijver langs die zijn quota voor die week wellicht nog niet behaald had.

De man voerde bij het gerechtshof aan dat het enigszins onredelijk is om van mensen te verwachten dat ze bij hun auto blijven staan wortelschieten tot het lampje op groen springt, maar dat mocht niet baten. Volgens de rechter geven laadpalen in het algemeen een indicatie van hoe lang het opladen zal duren, en had de man de oplaadtijd ook nog zelf kunnen berekenen. Hij had dus gemakkelijk tijd kunnen inplannen om terug te rennen naar zijn auto voordat het lampje groen werd en de controleur uit de bosjes sprong. De man moet zowel de boete als de proceskosten betalen.

Ik word altijd een beetje stil van dergelijke verhalen. Het is alsof ik mijn connectie met de realiteit voor een seconde verlies, omdat ik soms niet kan geloven dat ik bepaalde dingen werkelijk op serieuze nieuwssites aantref. Misschien komt het doordat ik nu echt een dagje ouder word, en zit er ergens diep van binnen een chagrijnig oud vrouwtje verscholen dat de ontwikkelingen van de moderne tijd met haar wandelstok van zich af probeert te slaan. Feit is dat het voelt alsof de hoeveelheid belachelijke dingen die ik online en in het nieuws tegenkom aanzienlijk groter is dan in mijn jongere jaren.

De ontwikkelingen die de afgelopen jaren rondom autorijden hebben plaatsgevonden, zijn een perfect voorbeeld van de glijdende schaal waarop wij ons als maatschappij bevinden. Ik kan me nog herinneren dat er van mensen werd verwacht dat ze met zoveel mogelijk personen in een auto gingen zitten, want slechts een persoon per auto was niet goed voor het klimaat. ‘Carpoolen’ noemden ze dat, maar ik heb het gevoel dat dat idee aan populariteit heeft ingeboet sinds de introductie van wat misschien wel de meest deugende uitvinding van de afgelopen eeuw is: de elektrische auto. Het gedeelte van de samenleving dat graag aan zoveel mogelijk mensen laat zien hoe vooruitstrevend ze zijn, kon niet wachten om erin te gaan rijden. Elektrisch rijden is immers het beste dat je voor de aarde kunt doen. Okee, de levensduur van zo’n batterij is niet oneindig, en wanneer hij niet meer bruikbaar is, eindigt hij over het algemeen op een stortplaats. Eenmaal daar is de kans groot dat hij “problematische toxines” gaat lekken, waaronder zware metalen, maar een kniesoor die daarop let. Dat een essentieel onderdeel van zo’n ontzettend groene uitvinding niet tot nauwelijks recyclebaar is, is blijkbaar helemaal niet ironisch. En ja, door elektrisch te rijden maak je jezelf dan wel afhankelijk van de aanwezigheid van laadpalen, maar je moet iets over hebben voor het klimaat. Wees dus alleen wel voorzichtig met die laadpalen; voor je het weet zit er een papiertje onder je ruitenwisser waarop staat dat je te lang hebt gelaadpaalkleefd. Laadpaal hebt gekleefd. 

Laadpaalkleven is niet het enige nieuwe woord dat ik de afgelopen twee jaar heb geleerd. De ontwikkelingen van de afgelopen twee jaar, die lachwekkend zouden zijn als de gevolgen niet zo ernstig waren, hebben tot wel meer creatieve neologismen geleid. Coronaontkenner. Vaccinatieweigeraar. Variantenfabriekje. Wappie. Hoestschaamte. Coronakapsel. Quarantinderen (dat is tinderen terwijl je in quarantaine zit, bij voorkeur met zo’n sticker in je profiel dat je gevaccineerd bent). Balkonbingo. Mondkapjesdeal. Anderhalvemetersamenleving (tot mijn opluchting plaatst Microsoft Word onder die laatste nog wel een rood kringeltje. Dat dan weer wel). En de meest recente uitvinding van de veelbesproken staatstrollen (ook een nieuw woord): Roebelhoertje.

Het lichtpuntje van vandaag is dat ik, ondanks het feit dat ik voldoe aan de criteria van veel nieuwe populaire scheldwoorden, in ieder geval geen laadpaalklever genoemd zal worden. Ik rijd namelijk überhaupt geen auto, en dus laadpaalkleef ik ook nooit. Kleef ik dus nooit laadpaal.

Deug ik toch nog een klein beetje.

Delen op sociale media