Column van Pieter Kuit.

Mijn vrouw is gevallen. Echt waar. Niet voor mij, dat is al 30 jaar geleden. Tijdens het uitlaten van de hond. Een paar losse straattegels waren de boosdoeners.

Er liggen steeds meer straattegels los in Alphen aan den Rijn. Voor het ‘coronatijdperk’ was Alphen een keurig stadje: veel groen, mooi onderhouden parken, geen losse straattegels. Je hebt een Alphen ‘voor corona’ en een Alphen ‘na corona’. Alphen heeft geen geld meer om de tegels vast te leggen. Of om het groen te onderhouden. Ook de vuilcontainers worden minder geleegd. Alphen heeft namelijk alles uitgegeven aan corona.

Op elke straathoek kon je je laten vaxxen. En testen. Testen tot je er scheel van zag. Overal liepen BOA’s. Jeweetwel, van die wannabe-politie-agenten. Ze hebben ze bij tientallen tegelijk aangenomen. Om de avondklok te controleren: je mocht wel met een aangelijnde hond na 21.00 uur op straat, maar niet met een niet-aangelijnde vrouw. Ja, daar heb je die vrouw en die hond weer, maar daar kom ik straks nog op terug.

Ook werden er BOA’s achter een statafel gezet bij de ingang van het overdekte winkelcentrum. Jeweetwel, zo’n tafel die ze op feestjes hebben. Maar winkelen in Alphen was geen feestje. Vlak achter de automatische schuifdeuren stond een dure BOA met een doosje mondkapjes. Ik liep er straal voorbij, ongemaskerd, nageroepen door de BOA.

Miljoenen hebben ze aan die nepagenten uitgegeven. Ze hadden allemaal een tijdelijk contract. Zodat ze aan het eind van de dodelijke coronarit weer op die straat met losse tegels gesodemieterd konden worden.

Nu corona ‘voorbij’ is, zou je denken dat ze die tegels vast gaan leggen, en de parken weer van het metershoge onkruid gaan ontdoen. Ze hadden van die nepagenten echte plantsoenwerkers kunnen maken. Maar nee. Want Oekraïne.

Alphen heeft vele miljoenen uitgetrokken om Oekraïners op te vangen. Die zijn belangrijker dan Nederlanders. Je struikelt over de geel-blauwe vlaggen. Ook aan het gemeentehuis hangt er één.  De Nederlandse driekleur is nergens te bekennen. De zwerver op het bankje vlak voor het gemeentehuis ziet met lede ogen aan hoe er bussen vol Oekraïners worden aangevoerd. Hotels, sporthallen, kantoorpanden, niets is te gek om deze mensen onderdak te geven. De zwerver slaapt onder een geel-blauwe vlag. Hij hoopt dat hij daarmee in een goed blaadje bij de gemeente komt. De laatste keer schopten ze hem het gemeentehuis uit toen hij om onderdak en een kop koffie vroeg.

Maar terug naar mijn gevallen vrouw. En die losse tegels. Daar lag ze. Een blik op haar knie was voldoende: dat moest worden gehecht. Het bloed besmeurde de losse tegels. Dat blijft daar jaren liggen, want de straatreinigers zijn de laan met losse tegels uitgestuurd: geen geld meer voor.

In een normale stad ga je dan naar de Eerste Hulp. Maar Alphen heeft geen Eerste Hulp. Ja, sinds kort wel, maar die zit bij die sporthal waar Oekraïners worden opgevangen. Daar mag mijn vrouw niet heen, want ze heeft een Nederlands paspoort. Dan heb je nergens recht op.

Alphen heeft een ‘huisartsenpost’. Die is open van 17.00 uur tot 8.00 uur. Tussen 8.00 uur en 17.00 uur kan je letterlijk de tyfus krijgen. Het was 18.30 uur, dus mijn vrouw had geluk. Dachten we.

Die huisartsenpost zat 50 meter verderop. Steunend op mijn arm strompelde mijn vrouw erheen. De ingang bestaat uit zo’n elektrische draaideur. In mijn naïviteit liep ik gewoon door, want ik dacht dat ie wel open zou gaan. ‘Spoedeisende hulp’, stond erboven. Maar ze laten je in Alphen liever doodgaan, dan je zonder coronacheck binnen te laten. Je moet aanbellen. ‘Ja, kan ik u helpen?’, klonk het krakend uit de luidspreker. ‘Mijn  vrouw is gevallen en bloedt als een rund’. ‘Heeft u een afspraak?’ Verbijsterd zweeg ik. Ja, ik heb een afspraak. Verleden week gemaakt. ‘Schat, als jij nou volgende week struikelt over een losse tegel, maak ik alvast een afspraak bij de spoedeisende hulp. Losse tegels genoeg’. ‘Nee, ik heb geen afspraak’. ‘Hebben u of uw vrouw coronagerelateerde klachten?’ Inmiddels was mijn vrouw bijna leeggebloed. Want stel je toch eens voor dat je met een bullebak aan je neus binnenkomt.

Eindelijk zwaaide de deur open. Aangekomen bij de receptie kregen we het mondkapje nog net niet door onze strot geduwd.

Ik had mijn vrouw een geel-blauwe vlag om moeten hangen. Dan had de gemeente Alphen haar met grote spoed naar de speciaal voor Oekraïners ingerichte EHBO in het plaatselijke van der Valk Hotel gebracht. Zonder mondkapje.

Delen op sociale media