Column van Jade Kuit.

Ik heb een nogal sterke mening. Dat feit heeft me gedurende mijn leven meermaals in de problemen gebracht. Niet alleen omdat ik voor veel mensen net iets te uitgesproken ben over mijn opvattingen en daarin soms net iets te ver ga, maar ook omdat ik volgens sommigen overal een mening over moet hebben. Dat kan blijkbaar ook wel ietsje minder. Je hoeft je niet overal over uit te spreken. Het is niet nodig om over alles zo heftig te zijn. Niet iedereen zit altijd op mijn mening te wachten, en over het algemeen schromen mensen niet om mij dat ook te vertellen (en ik moet altijd mijn tong afbijten om niet heel flauw te zeggen dat ze mij ook niet hebben gevraagd of ik zit te wachten op hun mening over mijn communicatiestijl).

Toch zijn er de afgelopen jaren onderwerpen komen bovendrijven waarover mijn mening blijkbaar niet sterk genoeg is. Tot op de dag van vandaag ontvangen wij grote hoeveelheden emailberichten die we lang niet allemaal kunnen beantwoorden, maar die me desondanks regelmatig aan het denken zetten. Zo ontvingen wij recent een email van iemand die in het verleden herhaaldelijk gedoneerd had aan de BPOC2020, maar overwoog daarmee te stoppen omdat we niet gereageerd hadden op de vraag wat ons standpunt omtrent abortus is. Nu zal de gemiddelde lezer van mijn columns wel weten wat onze reactie op dergelijke berichten doorgaans is. We zijn dankbaar voor alle donaties, maar toch hebben we al vrij vroeg besloten om niet door hoepels te springen om die te behouden. Toch zit ik nog altijd met dit specifieke bericht in mijn hoofd. Ik realiseerde mij namelijk dat ik deze persoon niet het gewenste antwoord had kunnen geven, zelfs niet als ik dat had gewild.

Natuurlijk besef ik maar al te goed dat ik de afgelopen jaren de bewuste keuze heb gemaakt om mijn mening over een verscheidenheid aan onderwerpen publiekelijk te uiten, en om over bepaalde zaken een zeer duidelijk standpunt in te nemen. Het is niet onlogisch te noemen dat daardoor wellicht de verwachting is ontstaan dat ik over de meeste dingen wel een mening heb, en tot op zekere hoogte is dat ook het geval. Mensen willen en verwachten dat de personen en organisaties die zij (financieel) steunen hun standpunten delen. Ergens is dat ook wel te begrijpen, maar toch vraag ik me af of we hierin soms niet te ver gaan.

Ik heb al eerder geschreven dat ik, toen ik net betrokken raakte bij het “verzet” tegen het coronabeleid, had gehoopt dat de gedachtegangen van coronacritici minder rigide zouden zijn dan die van “mainstream” mensen. Wat dat betreft ben ik de afgelopen jaren al meerdere keren teleurgesteld.

Het klopt dat ik mijzelf bewust en met opzet in een publieke positie heb geplaatst omdat ik over een specifiek onderwerp – het coronabeleid – een zodanig sterke mening had (en heb) dat ik de nadelige en vaak oncomfortabele gevolgen van mijn acties voor lief nam. Toch voelt het op een bepaald niveau niet goed dat er daarom van mij verwacht wordt dat ik ieder standpunt deel dat onder coronacritici als “de norm” geldt, of dat ik überhaupt in iedere mogelijke discussie onmiddellijk een standpunt kan innemen. Het is waar dat ik een uitgesproken en direct persoon ben, en dat ik altijd een vrij sterk gevoel heb gehad voor wat goed en verkeerd is. Maar ik ben ook pas dertig jaar, en hoewel ik regelmatig grappen maak over hoe oud ik wel niet ben, weet ik ook dat ik nog niet bijzonder veel levenservaring heb. Bovendien ben ik zelfs in die dertig jaar een heel aantal keren over bepaalde onderwerpen van mening veranderd. Dat kan namelijk ook nog, al is het een optie die mensen vaak lijken te vergeten.

Zo ontvingen wij recent een email van iemand die in het verleden herhaaldelijk gedoneerd had aan de BPOC2020, maar overwoog daarmee te stoppen omdat we niet gereageerd hadden op de vraag wat ons standpunt omtrent abortus is.

Toen ik jonger was, was ik zo iemand die dacht dat communisme in theorie wel een goed idee was, maar dat de uitvoering gewoon nooit goed had uitgepakt. Ik wilde echt ontzettend graag een goed mens zijn, en die intentie was oprecht. Daarom vond ik het ontzettend logisch om alle vluchtelingen op te vangen die hier ooit terechtkomen, en om het transgenderverhaal te steunen ondanks het feit dat ik diep van binnen wel wist dat biologisch geslacht niet uit te wissen valt. Vanaf mijn zestiende ben ik een groot gedeelte van mijn leven vegetariër geweest, en ik heb zelfs een paar jaar veganistisch gegeten, niet in de laatste plaats omdat ik geloofde in het ongenuanceerde verhaal over stikstof dat de afgelopen tijd weer zo actueel is. Ook had ik nogal ongenuanceerde denkbeelden over de sociale verhoudingen tussen man en vrouw. Allemaal dingen waarover ik gedurende mijn twintiger jaren geleidelijk van standpunt veranderde. Niet van de ene op de andere dag, maar als ik mijzelf nu vergelijk met mijn twintigjarige zelf, is de verandering toch significant. Ik vraag me af wat er zou zijn gebeurd als ik destijds onder dezelfde druk had gestaan om mijzelf uit te spreken als nu.

Ben ik ook nog een levend, groeiend persoon in plaats van slechts een onderdeel van de BPOC2020 en DZN Media? En kunnen mensen mijn werk niet waarderen zonder over alles zeker te weten wat mijn standpunt is?

Eén van de dingen die ik het meest waardeer aan ouder worden is het feit dat ik steeds meer de rust vind om dingen goed te overwegen. Ook is het besef dat het geen schande is om ergens op terug te komen en je standpunt aan te passen van grote betekenis geweest in mijn persoonlijke ontwikkeling. Het feit dat ik nu, mede door onze activiteiten als critici van het coronabeleid en de overheid, aan zoveel verschillende standpunten en informatie word blootgesteld is iets waaraan ik veel waarde hecht. Het heeft ertoe geleid dat ik een groot aantal overwerpen heroverweeg, een proces dat nog altijd gaande is.

Het enige antwoord dat ik de persoon achter de eerder genoemde email zou kunnen geven is dat abortus absoluut één van die onderwerpen is. Ik ben een onderdeel van de generatie die is opgegroeid met het idee dat alleen vrouwenhaters en christenfundamentalisten tegen abortus zijn, en dat je niet serieus kunt worden genomen als voorvechter van vrouwenrechten als je niet zeer uitgesproken vóór bent. Het wordt in sommige kringen als bijna kwaadaardig bestempeld om niet voor te zijn, en dat is iets waarvan ik mij nog niet zo heel lang bewust ben. Bovendien is abortus vanuit ethisch en existentieel perspectief een bijzonder complex vraagstuk waarover ik mij nog niet comfortabel voel een definitief standpunt in te nemen. Ik twijfel wel in sterke mate of het zo vanzelfsprekend zou moeten zijn als het nu is. Heb ik dat recht nog, ook nu ik mij over sommige dingen publiekelijk uitlaat? Ben ik ook nog een levend, groeiend persoon in plaats van slechts een onderdeel van de BPOC2020 en DZN Media? En kunnen mensen mijn werk niet waarderen zonder over alles zeker te weten wat mijn standpunt is?

De Griekse filosoof Socrates zei hij slechts één ding wist, namelijk dat hij niets wist. Hiermee bedoelde hij dat het van essentieel belang is om over alles in gesprek en discussie te blijven en altijd op zoek te zijn naar meer informatie. Ik heb al eerder geschreven dat ik, toen ik net betrokken raakte bij het “verzet” tegen het coronabeleid, had gehoopt dat de gedachtegangen van coronacritici minder rigide zouden zijn dan die van “mainstream” mensen. Wat dat betreft ben ik de afgelopen jaren al meerdere keren teleurgesteld, maar toch maak ik de bewuste keuze optimistisch te blijven, en mensen te blijven vragen iets minder hard te zijn naar elkaar. De kloof in de samenleving is al groot genoeg.

Een mens is geen product en is nooit af. Ik weet vrij veel dingen vrij zeker, maar ook veel dingen niet. Ik hoop dat eenieder die mijn columns nog steeds leest het oké vindt dat ik daarvoor ook de ruimte neem. En zo niet, dan is dat zeer spijtig, maar dan zal ik die ruimte alsnog nemen. Dat weet ik dan wel weer zeker.

Delen op sociale media