Onderzoek heeft herhaaldelijk aangetoond dat het voorlezen van boeken aan kinderen significante voordelen heeft. Zo heeft het een langdurig positief effect op de leesvaardigheid en beschikken kinderen die worden voorgelezen vaak over een grotere vocabulaire. Ook is er sprake van een positieve invloed op de sociale vaardigheden. Zogenoemde voorleesuurtjes op scholen en in bibliotheken zijn daarom logischerwijs al een vrij oud fenomeen. Over het algemeen zou men verwachten dat iets tamelijk onschuldigs als het voorlezen van boeken aan kleine kinderen geen aanleiding vormt voor controverse. Toch is het de afgelopen tijd het onderwerp geworden van politieke discussies die toenemen in vijandigheid. Bij een voorleesuurtje in het Zuid-Engelse Reading braken op 25 juli ongeregeldheden uit waarbij de politie moest ingrijpen. Ook in Bristol leidde een evenement van dezelfde organisatie die week tot protesten. In beide gevallen betrof het een voorleesuurtje door Sab Samuel, een bekende zogenoemde drag queen en de oprichter van de Britse tak van de organisatie Drag Queen Story Hour.

Drag is de afgelopen jaren in toenemende mate aanwezig in populaire media en daarmee het publieke bewustzijn. De BBC omschrijft het als een kunstvorm; een vorm van theater waarbij men zich verkleedt als het andere geslacht. De precieze oorsprong van de praktijk is niet bijzonder duidelijk, maar de meeste websites verwijzen naar het feit dat in de toneelstukken van Shakespeare in de zestiende en zeventiende eeuw de vrouwelijke rollen al door mannen werden gespeeld. Dat dit gebeurde omdat vrouwen niet waardig werden bevonden om op het toneel te staan, is wellicht jammer, maar volgens de BBC was het “een begin.” Volgens historicus Joe E. Jeffreys raakte drag in de jaren dertig van de vorige eeuw verweven met de LGB-gemeenschap, waarbij het vooral homoseksuele mannen waren die een vrouwelijk persona aannamen als een vorm van artistieke expressie. Tegenwoordig wordt drag vaak in één adem genoemd met de transgendergemeenschap; een veelgehoord argument van transgenderactivisten voor inclusie in de LGB-gemeenschap is dat drag queens aanwezig en actief betrokken waren bij de Stonewall-rellen, die van essentieel belang waren voor de emancipatie van homoseksuele mensen. Dat de destijds bekende drag queen Marsha P. Johnson (alias van Malcolm Michaels jr.), die ten onrechte wordt aangewezen als één van de aanstichters van deze rellen, zichzelf niet zag als een transgender persoon en zich dermate bewust leek te zijn van zijn biologische geslacht, wordt hierbij niet relevant bevonden.

Tot slot is de neiging van de reguliere media om iedere vorm van verzet tegen door hen goedgekeurde maatschappelijke verschijnselen te framen als zijnde extreemrechts en dus moreel verwerpelijk zowel voorspelbaar als ontzettend doortrapt

De toenemende maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit leidde ertoe dat drag een steeds grotere zichtbaarheid genoot. Waar drag shows vroeger voornamelijk plaatsvonden in zogenoemde homobars, genieten realityshows zoals RuPaul’s Drag Race tegenwoordig ongekende populariteit. Zoals gezegd wordt drag in het publieke bewustzijn vaak samengevoegd met het transgenderfenomeen, waardoor het voor de transgendergemeenschap en de media van groot belang lijkt te zijn dat de praktijk onvoorwaardelijk in alle aspecten van de maatschappij geaccepteerd wordt. Dit is de oorsprong van de recente controverse rondom het onderwerp.

De eerder genoemde organisatie Drag Queen Story Hour organiseert voorleesuurtjes voor jonge kinderen door bekende drag queens in scholen, bibliotheken en boekwinkels. De organisatie begon in de Verenigde Staten, maar heeft zich inmiddels uitgebreid naar Canada, Mexico, Europa, Australië en Azië. DQSH zegt op haar eigen website het volgende over de voorleesuurtjes:

“DQSH vangt de verbeelding en het spel van de genderfluïditeit van de kindertijd en geeft kinderen glamoureuze, positieve en ongegeneerde queer rolmodellen. In dergelijke ruimtes krijgen kinderen mensen te zien die zich verzetten tegen rigide genderrestricties en kunnen ze zich een wereld inbeelden waar iedereen zijn authentieke zelf kan zijn!”

Het groeiende aantal scholen en bibliotheken dat DQSH-voorleesuurtjes organiseert heeft in de Verenigde Staten al herhaaldelijk tot protest van onder andere bezorgde ouders geleid. De vraag of publieke scholen seksualiteit en gender zouden moeten bespreken en de leeftijd waarop dit gepast zou zijn vormen in de VS al langere tijd een punt van verhitte discussie. In maart ontstond in de reguliere media grote ophef nadat de Republikeinse gouverneur Ron DeSantis een wet had ondertekend die stelt dat seksuele geaardheid en genderidentiteit tot aan de derde klas niet onderwezen mogen worden aan kinderen (in de derde klas zijn kinderen gemiddeld acht of negen jaar). Tegenstanders doopten de wet de “Don’t Say Gay” – wet, en vicepresident Kamala Harris verklaarde in een dramatisch statement dat de wet ervoor zou zorgen dat docenten “niet langer openlijk kunnen liefhebben.” Gouverneur DeSantis zelf gaf aan dat de wet slechts bedoeld is om de rechten van ouders en kinderen te beschermen en te voorkomen dat kinderen zo jong als vijf jaar oud geseksualiseerd worden.

Met de protesten bij de bibliotheek in het Engelse Reading is de discussie omtrent de voorleesuurtjes door drag queens definitief naar Europa overgewaaid. Michael Chaves, één van de protestanten, zei tegen The Reading Chronicle dat hij protesteerde omdat kinderen door blootstelling aan drag geseksualiseerd worden. De Amerikaanse nieuwssite CNN maakt haar positie omtrent het onderwerp meteen duidelijk; volgens hen promoten de voorleesuurtjes compassie en inclusie en zijn het “Britse rechtsextremisten” die “Amerikaanse haat jegens hen importeren.” Volgens CNN zijn het voornamelijk complotdenkers en anti-vaxxers die tegen de voorleesuurtjes protesteren, en zijn hun zorgen dat hun kinderen het slachtoffer zullen worden van grooming slechts uitingen van verkapte homofobie en transfobie. De reguliere media vallen over elkaar heen om te zeggen dat drag niet inherent seksueel is, en dat enkel conservatieven – met wie niemand geassocieerd zou moeten willen worden – er bezwaren tegen hebben.

Over de vraag of drag inherent seksueel is, valt te discussiëren. Gezien het feit dat het historisch gezien een manier was om expressie te geven aan een seksuele geaardheid die controversieel was, lijkt de link tussen drag en seksualiteit in ieder geval niet volledig onterecht. Ook kan men zich afvragen of borden met de tekst “It ain’t gonna lick itself” gepast zijn bij evenementen voor kinderen. Sommigen hebben aangevoerd dat dit specifieke evenement plaatsvond in een ijssalon, en dat de tekst daaraan refereerde, maar de beelden van schaars geklede drag queens tijdens de show laten het toch anders lijken.

Daarnaast is het op zijn minst opvallend te noemen dat het voor een bepaalde groep mensen in zulke hoge mate belangrijk is om ervoor te zorgen dat alle kinderen vanaf zeer jonge leeftijd bewust worden gemaakt van het bestaan van drag queens en transgender personen. Onder het argument van inclusie en representatie worden evenementen zoals Drag Queen Story Time en het onderwijzen van gendertheorie door overheden en de reguliere media gepromoot in een mate die niet representatief is voor het aantal mensen dat daadwerkelijk tot deze groepen behoort. In de Verenigde Staten zegt 3,5 procent van de bevolking homo- of biseksueel te zijn. 0,3 procent identificeert zich als transgender. Dat is een zodanig kleine minderheid dat de media-aandacht op zijn zachtst gezegd uit verhouding lijkt te zijn. Daarbij komt dat een aanzienlijk deel van de homogemeenschap zich niet kan vinden in gendertheorie en de ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Een aantal van hen heeft hiervoor zelfs een stichting opgericht genaamd Gays Against Groomers, die zich uitspreekt tegen de medicalisering van minderjarigen, drag en pride evenementen waarbij kinderen betrokken zijn, het onderwijzen van gendertheorie op scholen, en LGBTQ+ – propaganda in de media.

Daarnaast is het op zijn minst opvallend te noemen dat het voor een bepaalde groep mensen in zulke hoge mate belangrijk is om ervoor te zorgen dat alle kinderen vanaf zeer jonge leeftijd bewust worden gemaakt van het bestaan van drag queens en transgender personen

Tot slot is de neiging van de reguliere media om iedere vorm van verzet tegen door hen goedgekeurde maatschappelijke verschijnselen te framen als zijnde extreemrechts en dus moreel verwerpelijk zowel voorspelbaar als ontzettend doortrapt. De suggestie dat iedereen die zich uitspreekt tegen drag shows voor kinderen een gevaarlijke homofoob en/of transfoob is, draagt bovendien bij aan het onzes inziens overdreven idee dat homoseksuele en/of transgender personen vrijwel nergens veilig zijn. Zonder te willen ontkennen dat er tegen deze groepen wel degelijk vooroordelen bestaan, is het ook relevant om te vermelden dat vooral transgender personen in het huidige maatschappelijke klimaat niet tot nauwelijks bekritiseerd kunnen worden en onevenredig veel ruimte krijgen in de media en het publieke debat. Of dat zou gebeuren bij een groep die daadwerkelijk systematisch onderdrukt wordt, valt te betwijfelen.

Delen op sociale media