Gaslightning: hoe de overheid de bevolking volgzaam maakt

“Those who tell the stories rule society.”
~ Plato (427 – 347 BC)

In 1938 verscheen in het Verenigd Koninkrijk het toneelstuk Gas Light van de hand van Patrick Hamilton. Dit toneelstuk, verfilmd in 1944, vertelt het verhaal van een man die gebruikmaakt van psychologische manipulatie om zijn echtgenote te doen geloven dat haar waarneming van de werkelijkheid onjuist is, en dat zij aan een psychische ziekte lijdt. Dit doet hij door bijvoorbeeld kleine dingen aan haar leefomgeving te veranderen, om deze veranderingen vervolgens te ontkennen wanneer zijn vrouw ze opmerkt. Zo zet hij gedurende het toneelstuk de gaslampen (gas lights) in huis steeds een klein stukje minder fel. Wanneer zijn echtgenote hem hiernaar vraagt, ontkent hij dat de lampen minder fel zijn, waarmee hij haar doet twijfelen aan haar waarneming van de realiteit.

Dit toneelstuk is de oorsprong van de term gaslighting, die in de late jaren ’60 van de twintigste eeuw voor het eerst werd gebruikt door Barton en Whitehead in een artikel in The Lancet (1), maar in 2007 werd gepopulariseerd door Robin Stern in haar boek The Gaslight Effect. De term verwijst naar een tactiek van psychologische manipulatie die vooral in interpersoonlijke (romantische) relaties regelmatig voorkomt. Gaslighting is het uitoefenen van controle over een ander persoon, door hem/haar dingen te laten geloven die niet waar zijn, vooral door te suggereren dat hij/zij wellicht een psychische aandoening heeft (https://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/gaslighting). Inmiddels heeft de term behoorlijk aan bekendheid gewonnen, en zijn er eindeloze artikelen te vinden over het herkennen van en ontsnappen aan mensen die van deze tactiek gebruik maken. Het wordt vaak beschreven door vrouwen die in hun huwelijk of relatie met (fysiek of emotioneel) geweld te maken hebben gehad. Vaak wordt gaslighting ingezet om iemand afhankelijk te maken, en te manipuleren om op een bepaalde manier te handelen.

Gaslighting komt echter niet exclusief voor in interpersoonlijke relaties. Ook op politiek niveau is het een veelgebruikt en effectief middel. Een vrijwel identieke vorm van manipulatie kan worden ingezet om grote groepen mensen aan te zetten om op een bepaalde manier te handelen en te denken. Deze vorm van manipulatie is bekend onder de naam propaganda. De filosoof Jason Stanley definieert propaganda in zijn boek How Propaganda Works als “de manipulatie van de rationale wil om een open debat te voorkomen” (3). In andere woorden: het doel van propaganda is om groepen mensen ervan te overtuigen dat ze bepaalde dingen uit vrije wil doen, zodat er geen protest ontstaat. G. Alex Sinha schrijft in een artikel in de Buffalo Law Review over een verschijnsel dat hij political gaslighting noemt, een vorm van propaganda. Hij definieert dit als “het verspreiden van dubieuze of ronduit onjuiste informatie over zaken van publiek belang door een politicus of politiek apparaat wanneer de spreker weet, of redelijkerwijs zou moeten weten, dat de informatie waarschijnlijk incorrect is, en het publiek een redelijke basis heeft om te twijfelen aan de beweringen van de spreker” (2).

Een goed voorbeeld van deze vorm van manipulatie vond team Doe Zelf Normaal afgelopen week in de media. Het Algemeen Dagblad meldde op 18 november jl. dat er volgens minister De Jonge geen indirecte vaccinatieplicht komt met betrekking tot het aankomende vaccin tegen het coronavirus (https://www.ad.nl/politiek/de-jonge-geen-indirecte-vaccinatieplicht-wel-mogelijk-meer-vrijheid-voor-gevaccineerden~a0de8b86/). Het zou echter, aldus De Jonge, wel kunnen dat gevaccineerden meer vrijheden krijgen dan ongevaccineerden; mensen die het vaccin weigeren, kan bijvoorbeeld de toegang tot openbare gebouwen worden ontzegd. Hoe dit in wezen verschilt van een indirecte vaccinatieplicht, is ons niet duidelijk. Wat wel duidelijk is, is de reden waarom minister De Jonge dit geen indirecte vaccinatieplicht wil noemen: hij is bang dat dit averechts werkt, omdat mensen zich dan juist niet willen laten vaccineren. Deze situatie voldoet dus aan de criteria genoemd door Sinha: het gaat om informatie die op zijn minst dubieus is, het gaat om een zaak van publiek belang, de spreker (minister de Jonge) weet, of zou in ieder geval moeten weten, dat de informatie niet juist is, en het publiek heeft een redelijke basis om een aan de bewering te twijfelen. Er zijn inmiddels immers genoeg signalen dat er wel degelijk toegewerkt wordt naar een indirecte vaccinatieplicht; zie ons eerdere artikel over de ontwikkeling van een coronapaspoort (Artikel over coronapaspoort), of het feit dat poppodia zich al opmaken om ongevaccineerde mensen te weigeren (https://www.ad.nl/binnenland/alleen-gevaccineerd-naar-een-festival-we-moeten-het-er-echt-over-hebben~aa3f2107/). Door een vaccin als voorwaarde te stellen om bepaalde dingen te mogen doen, zonder dit te definiëren als wat het daadwerkelijk is (een indirecte plicht), doet de staat het lijken alsof mensen zich uit vrije wil laten vaccineren, terwijl dat niet de realiteit is.

Een ander voorbeeld van politieke gaslighting gedurende de coronacrisis is de inmiddels welbekende toespraak door minister-president Rutte, waarin de nadruk legde op het belang van groepsimmuniteit, om later te ontkennen ooit iets over dat onderwerp gezegd te hebben.

Het dient gezegd te worden dat alle berichtgeving door het RIVM aangaande het aantal “besmettingen” met het coronavirus, eveneens valt onder deze definitie van politieke gaslighting. Immers, gezien het toenemende aantal berichten dat de PCR test ongeschikt en onbetrouwbaar is (Verklaring van Ortiz op BPOC), is de informatie op zijn minst dubieus en mogelijk ronduit onjuist. Dat het om een zaak van publiek belang gaat, moge duidelijk zijn. Het is redelijkerwijs aannemelijk dat het RIVM op de hoogte is van de groeiende controverse rondom de PCR test, en dus weet dat haar cijfers dubieus en mogelijk onjuist zijn, en het publiek heeft eveneens voldoende reden om te twijfelen aan de juistheid van de cijfers. Als gevolg van de berichtgeving rondom het aantal besmettingen, is bij een groot aantal mensen aanzienlijke angst ontstaan, die een sterke invloed heeft op hun handelen, en het waarschijnlijker maakt dat zij maatregelen accepteren waar zij zich onder normale omstandigheden tegen zou verzetten.

Politieke gaslighting en andere vormen van propaganda hebben geen plaats in een democratie, gezien het feit dat vrijheid en gelijkheid kernwaarden zijn in een democratische maatschappij (3). Het woord democratie is van origine Grieks en betekent letterlijk “volksheerschappij.” In de zuiverste vorm betekent dit dat elke burger gelijke inspraak heeft in de politieke besluitvorming, en dat alle besluiten dus door middel van een stemproces genomen dienen te worden. In Nederland is (zo wordt beweerd, in ieder geval) sprake van een representatieve democratie, waarin het volk een aantal vertegenwoordigers kiest om beleid te maken en uit te voeren. Het is logisch om te veronderstellen dat mensen over het algemeen zullen stemmen voor een besluit dat in hun belang is, of in een representatieve democratie, voor een partij of persoon die hun belangen behartigt. Hierbij gaat men ervan uit dat mensen te allen tijde een accurate voorstelling hebben van wat hun belangen zijn en welke persoon of partij deze zal behartigen. Het is dus voor het functioneren van een ware democratie essentieel dat iedereen toegang heeft tot voldoende en juiste informatie om hun besluiten op te baseren. Er ontstaat echter een probleem wanneer er in een maatschappij sprake is van propaganda, namelijk dat het de mogelijkheid schept dat de vocabulaire van een liberale democratie wordt gebruikt om een ondemocratische realiteit te verbergen (3). In andere woorden; het gebruik van propaganda kan ertoe leiden dat mensen denken in een oprechte democratie te leven, waarin zij bepaalde rechten en vrijheden bezitten, terwijl daarvan in werkelijkheid geen sprake is. Bijvoorbeeld wanneer een overheid haar burgers vertelt dat zij de vrijheid hebben om zich niet te laten vaccineren tegen een virus, terwijl die keuze in werkelijkheid niet vrij is, of wanneer mensen geloven dat hun stem een verschil maakt, terwijl de beleidsvorming in werkelijkheid bepaald wordt door grote bedrijven (zie voor meer informatie deel IV van de levensloop van Rutte).

In 1941 publiceerde de Amerikaanse filosoof en politicoloog James Burnham een boek getiteld The Managerial Revolution, waarin hij voorspelde dat er een einde zou komen aan het tijdperk waarin er een tegenstelling bestond tussen communisme en kapitalisme, en tussen Stalinisme en democratie. In plaats daarvan, zo stelde hij, zou er in de toekomst sprake zijn van een “bedrijfskundige maatschappij” waarin de eigenaars van multinationale corporaties in feite de beleidsmakers zouden zijn (3). Team Doe Zelf Normaal is van mening dat Burnham hierin gelijk heeft gekregen. Dit ondanks het feit dat het er alle schijn van heeft dat er in Nederland wel degelijk sprake is van keuzevrijheid; er is immers sprake van partijpolitiek. Deze vorm van politiek leidt echter tot het ontstaan van groepsidentiteiten, die op hun beurt weer leiden tot het ontstaan van bepaalde rigide opvattingen (3). Simpeler gezegd betekent dit dat mensen zich gaan identificeren met een bepaalde politieke partij en diens supporters. Vaak wordt het als vanzelfsprekend gezien dat aanhangers van een bepaalde politieke partij over een aantal cruciale politieke vraagstukken dezelfde mening hebben. Met betrekking tot deze vraagstukken zullen mensen niet snel van opvatting veranderen, omdat dit vaak betekent dat zij zichzelf hiermee buiten de groep plaatsen. Loyaliteit aan de groepsidentiteit weegt dan zwaarder. Dit maakt ons extra kwetsbaar voor de invloed van propaganda. Doordat we afgeleid zijn door de ogenschijnlijke verschillen tussen politieke partijen, hebben we geen oog voor de manier waarop al die partijen hetzelfde zijn; namelijk het feit dat zij allen beïnvloed worden door het multinationale bedrijfsleven en dus niet de belangen van de burgers als grootste goed zien. Als het de functie van partijpolitiek is om te verbergen dat alle partijen dezelfde belangen vertegenwoordigen (die van het “grote geld”), is het niet moeilijk om te zien dat de voorspelling van Burnham werkelijkheid is geworden (3).

Het hierboven beschreven verschijnsel van groepsidentiteit is overigens ook zeer relevant met betrekking tot het coronabeleid. De afgelopen maanden is er over vrijwel de hele wereld een cultuur ontstaan waarin de mensheid in twee groepen is verdeeld: de groep die het officiële verhaal gelooft en achter het officiële beleid staat, en een groep die sceptisch is. De groep sceptici wordt door zowel de politiek als de media weggezet als complotdenkers en egoïsten. Hierdoor kleeft er nu een bepaald stigma aan iedere vorm van kritiek op het officiële beleid; immers, wanneer je kritisch bent op het beleid, behoor je tot de groep “complotgekkies.” Dit idee wordt versterkt door de media, die oprechte vragen en zorgen van burgers wegzetten als complottheorieën. Een frappant voorbeeld is onderstaande ongelukkige plaatsing van twee artikelen door google:

De invloed van wereldwijde propaganda en (politieke) gaslighting moge duidelijk zijn. Het World Economic Forum (WEF) heeft een gedeelte van haar website toegewijd aan het Great Reset initiatief (https://www.weforum.org/great-reset) en maakt geenszins een geheim van de inhoud hiervan. Toch is het mogelijk voor de New York Times om dit weg te zetten als een “ongefundeerde complottheorie.”

De conclusie van team Doe Zelf Normaal met betrekking tot deze kwestie is dus als volgt: de politiek en de media in Nederland (en ook in de rest van de wereld) maken zich schuldig aan propaganda, en specifiek aan de politieke vorm van gaslighting, om te verbergen dat er in feite geen sprake is van een ware democratie en dat de belangen die zij dienen niet die van de bevolking zijn.

Bronnen

  1. Barton, Russel & Whitehead, John. “The Gas-Light Phenomenon,” The Lancet 293 (1969): 1258–60.
  2. Sinha, G. Alex. “Lies, Gaslighting and Propaganda.” Buffalo Law Review, vol. 68, no. 4: 1037-1116.
  3. Stanley, Jason. How Propaganda Works. Princeton University Press, 2015.